Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar als men op een denkbeeldig misdrijf de hand legt, en, op louter gissingen en vermoedens afgaande, uit eenige verwarde en onduidelijke gegevens een „misdrijf" vinken, een „misdrijf scheppen, een „misdiijf eonslrueeren wil, natuurlijk, dan zit men met de handen in het haar.

Mijn uitnemendste leermeester aan Leidens Hoogeschool placht er zich vroolijk over te maken, zoo dikwijls op responsie of tentamen of examen de verlegen student verzekerde : „dat hij het wel wist, iitfia/ het zoo niet zeggen kon!" — „Wat ge helder weet, kunt ge altoos duidelijk uitspreken!" luidde dan zijn antwoord, en met dat innig ware antwoord houd ik het nog. _ _

Kennelijk ontbreekt aan deze theologische rechters van instructie dan ook de eerste kennis, ik zeg niet van de eenig goede en ware juridische beginselen, maar zelfs van de axiomata van het algemeen geldend recht.

Verbeeld u, rechters van instructie, die u melden: „Ge zijt zooongeveer aan alles schuldig wat ons Strafwetboek strafbaai stelt . Rechters van instructie, die dagelijks wandelen door een wereldstad, wier stuitende zedeloosheid hun in het oog moet springen, en weten dat de bevolking dier stad voor bijna de helft onder hun hoede staat, en die nu te midden van zulk e.en maatschappelijken toestand de heerei P. van Son c. s. eens gaan aanklagen van „onchristelijken wandeï", Rechters van instructie, die op 4 Januari u melden, dat het door u begane, ergerlijke, geruchtmakende misdrijf, waarbij alle zonden van onze kerkelijke strafwet zijn bedreven, „gegrond is bevonden." en u daarom geen oogenblik op vrije voeten mogen laten, maar u klokke twaalt uur kerkelijk in boeien slaan; en die vier weken later, voor hun eigen gedrochtelijke theorie terugdeinzend, u bij advertentie verzekeren komen, dat noch uw „onchristelijke wandel' noch uw „verregaande onrechtzinnigheid", noch uw „ontrouw , noch uw „ergerlijk en geruchtmakend misdrijf' iets hoegenaamd te kort doet aan uw eer en goeden naam. Kortom, rechters van instructie, die spel voor ernst in de weegschaal van het recht werpend, niet u op de kaak stellen, maar ziel zeiven tot een belaching maken voor elk man van rechtsbesef en elk eerlijk jurist !

Er moet nog meer van gezegd.

Deze voorloopige rechters, die u publiekelijk van al wat strafbaar is beschuldigden, zijn op drie na leden van uw eigen College, die met u gezeten, tegen u geopponeerd hebben , én die ge bij debat en stemming hadt verslagen. In bijna alle andere gevallen, waarir het Classicaal Bestuur optreedt, komen er rechters van builen, die, al zijn ze ook uw tegenpartij, toch tenminste deze zachtst getinte neutraliteit bezitten, dat ze niet als Bestuursleden u betaald kunnen zetten, wat hun in het debat of bij de stemming onaangenaams wedervoer. Besef van billijkheid en kieschheid eischt dit natuurlijk Een kleine minderheid uit den Kerkeraad, die daar het onderspit

Sluiten