Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan eerlijke lieden de eisch gesteld, dat ze hun toevlucht nemen tot „gedrochtelijke Actiën" en „jammerlijke uitvluchten", gelijk de Hervorming zoo scherp maar waar, juist in de afgifte der Attesten aan het hooge Classicaal Bestuur verweten heeft?

Och, dit. alles blaast ge met den adem uwer lippeu weg, nog eer uw oog er op rusten kón; en niets, niets, letterlijk niets blijft over, dan het vermoeden, dat ge het Kerkverband zoudt hebben verbroken, en dat ge deswege schuldig staat aan hoogverraad.

Nu herinnert men zich het proces-Bulkley, de bekende dame die te Apeldoorn de kinderen van den heer Hoek wilde ontvoeren; en men weet, hoe de politie er volledig achter was gekomen, dat er plan lol ontvoering bestond, en hoe ze dit plan kon bewijzen. En toch, daai had de politie niet genoeg aan, en om de schuldigen voor den rechter te kunnen brengen, heeft ze toen zelve haar eigen dienaren geleend, om handlangers van de misdaad te worden, alleen maar om te kunnen bewijzen een begin van uitvoering.

Minkundigen begrepen dat niet. Maar wie de allereerste rechtsbegrippen kent, voelt dit best. Immers die weet, dat het opvatten van een plan op zichzelf nog volstrekt niet strafbaar is, en dat om den schuldige strafbaar te stellen, altoos de poging om het plan uit te voeren moet begonnen zijn.

Stel dus al, er had plan bestaan, om het Kerkverband te verbreken, en dit ware een misdrijf, dan gaat het naar alle goede rechtsbeginselen toch nog nimmer aan, om dat plan zelf reeds als misdrijf te qualificeeren; want eerst als men begin van uitvoering had kunnen bewijzen, zou er van schuld in de rechtszaal sprake kunnen zijn.

Maar bovendien, afsnijding van de hoogere Besturen is geen misdrijf ook al ware het uitgevoerd. Veranderen van Kerkverband is in ons Staatsrecht geen zonde, ook al waren we er toe overgegaan.

In de 16de eeuw hebben al onze Kerken de hoogere Besturen afgesneden en zijn ze alle van Kerkenorde veranderd; en zelfs in ons publiek Staalsrech is de bevoegdheid onzer Kerken hiertoe, destijds wel verre van betwist, eer volledig en op alle wijzen erkend.

En evenzoo, toen onze Kerken in 181 (j in heur toenmalig Kerkverband leefden, en zoo ongemerkt overgleden in het tegenwoordig Kerkverband, heeft niemand heur recht om van Kerkenorde te veranderen, bestreden, maar heeft én de Koning én de Hooge Raad de bevoegdheid der Kerken om een andere Kerkenorde, zelfs rebus ipsis et factis, te accepteeren, erkend.

Van majesteitsschennis of hoogverraad of samenspanning tegen de Kroon kan hier dus geen sprake zijn, en dus ook niet de bepaling van het Strafwetboek over „samenspanning" tegen ons worden ingeroepen. Want immers: Koning in onze Kerk is alleen Koning Jezus,

Sluiten