Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stel b. v., een predikantsvrouw wordt benoemd tot regenteske van een geheel onafhankelijke ziekenverpleging. Nu staat die dame natuurlijk als vrouw onder de gebiedenisse van haar man. Zelfs mag ze, als heur man het haar verbiedt, dat postje niet aannemen, en moet evenzoo, als haar man het eischt, dat regentessescliap weer neerleggen. En over dat* aannemen én over dat neerleggen van zulk een ambt, heeft haar man wel terdege te zeggen. Maar hoe ver nu ook de macht van een man over zijn vrouw ga, toch blijft die vrouw in hetgeen ze als regentesse in de vergadering van de ziekenverpleging doet, volkomen vrij en onafhankelijk. En de predikant, die aan zulk een vergadering schreef, dat hij zulk een besluit, als waartoe zijn vrouw medegewerkt had, wraakte en te niete deed, zou eenvoudig zich als ongenood bemoeial belachelijk maken.

En zoo nu ook stond het hier

Zeer zeker heeft het Classicaal Bestuur over den Kerkeraad te zeggen. Toen dus de Gemeente aan den Kerkeraad in 1869 den last opdroeg om het Beheer te blijven regelen, had het Classicaal Bestuur dit zeer wel kunnen verbieden, en zeggen:- „Gij moogt zulk een opdracht niet aannemen." Evenzoo zou het Classicaal Bestuur nu nog aan den Kerkeraad gelasten kunnen: „Gij moet die opdracht neerleggen. Voor zulk een last zijt ge onbekwaam". Maar nu de Kerkeraad die opdracht, onder stilzwijgend gedoogen van het Classicaal Bestuur, eenmaal aanvaard heeft, nu is de Kerkeraad bij de uitvoering* van dien last en bij de kwijting van die opdracht, van elk hooger Bestuur volkomen onafhankelijk. En al s zulk een hooger Bestuur er zich dan toch in mengt, en zegt: „Als over u gesteld kom ik uw besluit o, Kerkeraad, ook in zake het Beheer, te niet doen!", dan lijkt dit als twee druppelen water op den prediker, die een besluit, waartoe ook zijne vrouw-regentesse had meegewerkt, casseeren dorst.

En nu weet ik wel, dat de heeren hier een ander loopje op hebben, en zeggen : „Niet als belast met de regeling van het Beheer, maalais Kerkeraaclsleden hebben we u aangetast!", maar ook dit kaartenhuisje valt ineen, zoodra ge er met den nagel van uw pink slechts even tegenaan tikt.

Verbeeld u, het Classicaal Bestuur zal dan zeggen : „In Beheerszaken, o, leden van den Kerkeraad, zijt ge natuurlijk volkomen vrij. Daarover kunt ge naar hartelust en gansch vrijelijk stemmen. Dat gaat mij niet aan. Maar weet wel, als ge ooit in Beheerszaken een besluit neemt, dat mij niet gevalt, straf ik u onmiddellijk met den kerkelijken dood!'

Fraaie vrije stemming!

Dan zou voortaan Dr. Vos bij elke stemming over Beheerszaken maar even zijn vinger hebben op te heffen, en te zeggen: ,De waarde Broeders moeten het welen, maar ik waarschwv ze voor de gevolgen!", om alle vrijheid van stemming volkomen illusoir te maken.

Sluiten