Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervloeid en tot damp verijld zal zijn. zich nóg openbaren zullen als de eigenlijke Kerk onzer vaderen.

Die lieden zijn wij $ vast.

Het baat u daarom niet, of ge hun al diets maakt: .Die schorsing te Amsterdam heeft niets met Gods Woord te maken". Deze minnaars van Gods Woord voelen dat wel beter.

En zoo ook baat het u niet met al, of ge het geding al tot Amsterdam zoekt te beperken. Neen, roepen die echte zonen der Kerk u dan toe, heel de Kerk in alle deelen van ons vaderland, is, als ge uw vlijm in haar hartader zetten durft, weer als met een tooverslag één.

Er staat iets in Gods Woord, van wie zijn oogappel aan durft raken.

En daar, gij, heeren Classicalen, gaat het met uw doldriftig machtsvertoon tegen die kern der Gereformeerden in den lande, of ge wilt of niet wilt, naar toe.

Want, en dit is de harde conclusie, waarmeê ik dit drietal vlugschriften eindig: Voor de , Yrede lievenden'' in de Kerkbesturen was het weggelegd, het laatste uitzicht op vrede met de Kerken voor die hoogere Besturen te vernietigen.

Het Conflict is dan nu gekomen, maar niet, gelijk het behoord had, tusschen de Belijders en de Loochenaars van den Heere Jezus Christus, maar tusschen die Belijders onderling, en dat hebben niet wij gezocht, maar hebt Gij, Irenischen, gewild.

Het Conflict is gekomen, maar niet, gelijk behoord had, op de Proponentsformule, of op Artikel 38, maar in een gemengde Geloofsen Beheersquaestie ; en ook dat hebben wij zoeken te voorkomen, maar hebt Gij, Irenischen, met opzet zoo gemaakt.

De wrange vrucht van dezen dubbelen misgreep kan niet uitblijven.

Als Efrairn tegen Juda rust pleegt de booze hartstocht steeds nog feller te ontbranden, dan wanneer Rabsake op Jeruzalems's muren én Juda én Efraim hoont.

En ook, door in de Geloofsquaestie de Beheersquaestie te mengen, hebt ge elk edeler motief op den achtergrond geschoven en den onheiligen geest van baatzucht, geld- en hebzucht in de Kerken des Heeren losgelaten.

Vandaar het weinig verheffend karakter, dat gij aan dezen strijd gaaft.

Gij streedt niet voor uw Heer, maar tegen uw broederen.

Gij streedt niet voor vrijheid, maar zwaaidet de geeselkoorde der tirannie.

Steeds riept ge: „Niet door kracht noch door geweld, maar door den Geest des Heeren moet het geschieden!" En nu met wat anders dan met kracht, met wat anders dan geweld, zijt, ge opgekomen? Noemt één maatregel waarmee ge den Geest des Heeren niet hebt bedroefd ?

Sluiten