Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met deurwaarders kwaamt ge. Kasten hebt ge opengebroken. Deuren liet ge pantseren. Smeden en politieagenten waren uw gevolg. Booze advertentiën liet ge in de dagbladen drukken. Uilenspiegel koos voor u partij. In een spektakel-theater zegt men, dat uw heldenstuk eenzelfde publiek zal gaan vergasten, dat zich moê zag aan de Blanke Slavinnen.

Ge hebt dit alles niet bedoeld.

Eer, we nemen dit van harte aan, is er veel in dit alles wat u zeiven spijt en hindert.

Dat spektakelstuk stuit de besten onder u, ik weet het, tegen de borst.

Maar ontkomt ge daarmeê aan uw verantwoordelijkheid?

Ziet een enkele vonk hoe grooten hoop hout zij aansteekt, en hier lag een hoop hout, en. ... Gij hebt de vonk er in gedragen.

\ andaar dat gemis aan zelfbedwang; dat gebrek aan maat, en daardoor aan zedelijke kracht, dat al uw bedrijf kenmerkte.

Gij waart uzelven niet en kondt uzelven niet tegenhouden.

Langs het vlak, dat voor uw voeten helde, gleedt Gij af.

En waar zijt Gij toen ten slotte toe gekomen?

Hiertoe, gij machthebbers in de Kerke Gods, dat het vitium originis, dat de Synodale Hiërarchie sinds haar geboorteuur in 1816 aankleefde, dan nu eindelijk zijn vrucht voldragen heeft.

Willem I bedoelde het met onze Kerken in 1816, o, zoogoed. Een echt Christelijke Kerk zou het blijven. Aan haar leer en belijdenis mocht zelfs niet getornd worden. Dus Jezus bleef haar Heer!

Maar zie, in onverzoenlijken strijd met die betere bedoeling was het hiërarchisch stekje, dat in datzelfde jaar op ons kerkelijk erf gepoot wierd; want élk hiërarchisch beginsel moet eindigen met zijn hoogheid, zijn majesteit te stellen in plaats van die van onzen Heer.

Dit nu was reeds lange jaren in onze Kerken bedektelijk geschied, maar Gij naamt het eerst in dit uw toomloos woeden den sluier ganschelijk weg, en liet het hiërarchische beginsel in al zijn naaktheid triomfeeren.

Uwe twee verklaringen: Eenerzijds, dat de heeren Ds. P. van Son c. s. verregaand onrechtzinnig zijn-, en daartegenover dat de leerlingen van de heeren Dr. Berlage c. s. voor u als Met-onrechtzinnig gelden, vellen in heur scherp contrast dit voor u doodelijk oordeel.

Dat hebt ge noch de ééne noch de andere maal gemeend, maar tegen uw meenen in, hebt gij het zoo moeten zeggen, omdat het hiërarchisch beginsel u geen rust liet, maar dreef.

En toen zijt ge voort en verder gegaau, en plotseling ontdekkende, dat in een Hiërarchie voor alle onrecht dekking, van alle plichtsbetrachting dispensatie, voor elke machtsdaad absolutie is te vinden, hebt ge aan onze verbaasde Kerken een schouwspel geboden, waardoor het in toenemende mate duidelijk wierd. hoe niets en

Sluiten