Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, daar is, wij merkten het reeds op, het verbreken der eenheid ook in het geestelijke nog slechts een quaestie van tijd. De gemeenten van het zoogenaamde „ vrije beheer" hebben nu reeds eene vereeniging gevormd, die zich naast of liever tegenover de andere stelt; en de aandrang tot algemeene scheiding van kerk en staat wordt dagelijks grooter. Wanneer die eenmaal voltooid is, zal de scheiding in de kerk zelve niet uitblijven."

Een woord, getuigende van scherpen, schranderen blik !

Twee zienswijzen stonden blijkbaar toen reeds tegenover elkander. Die der Synodalen, om tot eiken prijs de éénheid van het Ned. Herv. Genootschap te handhaven, en als middel daartoe het Beheer onder de Hiërarchie te brengen. En daartegenover die van Groen van Prinsterer, om de Kerkeenheid van het Genootschap te verbreken, en als middel daartoe, het Beheer vrij te houden.

Voor tien jaren liep Hogerzeil met Groen meê.

Thans heet de uitvoering van Groens program bij hem oproer en roof door sluwheid.

Nu, dien overgang moge de heer Hogerzeil zélf goedpraten. Met het tij kan men de bakens verzetten.

Maar voor ons, welk een kostelijke overgang, van Pincoffs gezelschap naar dat van Groen van Prinsterer!

Pincoffs eens de uitverkorene, Groen jaren lang voetwisch van het Handelsblad.

En voorts . . . wij geen gauwdieven meer, maar strijders voor een heilig, een heerlijk beginsel.

III.

HET STAAT ER DAN TOCH!

Ik hoor, wat men tegenwerpt!

Volkomen toegegeven, zoo voert men mij te gemoet; toegegeven dat ook in dezen strijd beginsel tegenover beginsel staat; en dat meê het Beheer van dien beginselstrijd niet is los te denken; maar met dat al schreeft ge dan toch uw apart artikel 41 maar! Dat blijft de zwarte stip. Dat artikel blijft u veroordeelen!

Men kent dit artikel.

Het luidt aldus:

Bijaldien de Kerkeraad (zoo Algemeene als Bijzondere), bij het vervullen zijner roeping om de gemeente bij Gods Woord te houden en de drie Formulieren van eenigheid als accoord van kerkelijke gemeenschap te handhaven, op zóó ernstige wijze mocht worden bemoeielijkt, dat hij zich genoodzaakt zag in volstrekten zin naar het gebod, dat men Gode meer gehoorzaam moet zijn dan de menschen, te handelen, of door schorsing of afzetting van meerdere zijner leden, of uit wat

Sluiten