Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

y.

ACCOORD.

Maar nóg infamer wordt die aanklacht van roof, zoo men rekent met het onweersprekelijk en onbetwistbaar feit, dat juist steeds de partij van Groen van Prinsterer gepleit heeft voor aceoord.

De heer Dr. Ph. R. Hugenholtz, die nog leeft, en tal van concepten zelfs kannen getuigen, hoe dezerzijds dit denkbeeld van eerlijk deelen steeds op den voorgrond trad.

In historischen zin konden we, als Gereformeerden, in een Gereformeerde Kerk, al het goed rechtens voor ons zeiven opeischen, en stellig zou bij dien eisch ónze rechtstitel beter dan die van eenige andere groep staan.

Maar we wilden dat niet.

Billijkheid heelt ook haar rechten. En bovendien, de historie leerde ons, hoe overmaat van kerkelijk goed den geest verstikt en altoos weer het ongeloof doet insluipen.

Vandaar ons gestadig roepen, om toch aan den leugen in de Kerk een einde te maken; de valsehe, onware gemeenschap van „belijders en bestrijders' te verbreken; en, mits men ons beginsel maar niet deerde, die zuivering van den dampkring te zoeken door deeling van het kerkelijk goed.

Zulk een pogen kan men toch niet wraken!

Keer op keer heeft zelfs de Synodale Hiërarchie dien weg willen inslaan! Denk aan de kerspelvorming! Denk aan het plan tot splitsing der gemeenten ! Herinner u Gunnings en Chavannes voorstel! Ja, wie zon er niet op?

Maar wat was de fout bij al deze schitterende voorstellen? Dit, dat ze van boven naar beneden wilden werken; en dat kon niet. Zoolang men, hoe ook, de kerke Christi in drieën wil splijten, stuit men op onverwinlijken weerstand. Een goed-Gereformeerde kan nooit toegeven, dat een Moderne kring, als zoodanig, een openbaring van het Lichaam van Christus zou zijn!

Daarom sloegen wij steeds een ander accoord voor.

Laat de Synode er buiten. Raak niet aan het Kerkbegrip. Deel enkel het gebruik van uw goederen.

Ge hebt te Amsterdam één Kathedraal en tien kerken. Gebruik die Kathedraal bij beurte, en verdeel die kerken voor het gebruik in drie of vier groepen; en heel uw samenleven zal, juist omdat ge dan niet meer saamleeft, aan bitterheid gespeend zijn.

Oi, om het met de woorden van den heer Hogerzeil uit te drukken . „De bestaande toestand is naar mijn innige overtuiging onhoudbaar; en ik koester de vaste hoop, dat wanneer wij niet meer als ker-

Sluiten