Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1810 was op Koninklijken last aan de plaatselijke Kerken en aan niemand anders het Vrij Beheer toevertrouwd.

In 1819, toen Koning Willem I het Beheer van het kerkelijk Goed aan zich trok, verzocht en verkreeg Amsterdam bij Kon. Besluit van 8 Juli 1820 No. 67, dat de Vorst des lands aan de eerste Kerk van Nederland haar Beheer vrij liet.

En wel scheen men in 's-Gravenhage reeds in 1821 over dezen stap min of meer berouw te hebben, maar een poging der Regeering om door „een huismiddeltje" op de genomen beslissing terug te komen, gaf aan de Kerk van Amsterdam slechts een gelegenheid te meer, om én van haar prijsstelling op haar onafhankelijke positie, én van haar moed om daarvoor op te komen, schitterend te doen blijken.

Toen toch de Staatsraad-Gouverneur Van Tets van Goudriaan bij missive van 29 November de leden van den Kerkeraad en van de Kerkelijke Commissie gelastte, om op het raadhuis te komen, teneinde aldaar met hem over punten van aanbelang in zake het Beheer te beraadslagen en te besluiten, had én Kerkeraad én Commissie genoeg besef van plicht, om dit beleefdelijk te weigeren.

Ze kwamen niet.

Al wat ze zonden was een Commissie, die „de punten" zou overbrengen ; en door Amsterdams moedige houding liet zelfs een Tets van Goudriaan zich derwijs in de consciëntie treffen, dat alles afliep met de vrijwillige toezegging, dat men jaarlijks aan den Gouverneur bericht zou inzenden, „dat de rekening en verantwoording was geschied

Lag het niet in den aard der zaak, dat een Kerk met zulk een fier schoon en verleden ook in 1869 niet in den strik liep ? Zelfs een Synodaal als Ds. Steenberg onderstond het niet, om de Kerk deihoofdstad hiertoe aan te manen.

Schier elke groep hier ter stede gevoelde, dat Amsterdam haar schoone traditiën niet mocht verloochenen, en met de verpletterende meerderheid van bijna 4000 tegen 500 stemmen verwierp Amsterdam den gedanen voorslag, en koos tegen elke Synodale inmenging en vóór Vrij Beheer!

IX.

TWEEDE AANVAL: De Synode zelve.

Toch liet men van Synodale zijde het hierbij niet zitten.

Was de strik, dien het Algemeen College spande, gesprongen en het vogeltje ontkomen, thans zou de Synode zelve met den lijmstok tusschen de twijgen tooveren, en reeds den 7 Aug. 1871 vaardigde ze een schrijven, ook aan den Kerkeraad van Amsterdam uit, om te geraken tot een Synodale regeling van het Beheer, rechtstreeks gefundeerd in de Synodale Reglementen.

Sluiten