Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Franschman die bezittingen heeft kan zeer wel een Duitscher als bewindvoerder aanstellen. Een dorpskerk kan zeer wel een notaris opdragen, om haar beheer te voeren. In de vorige eeuw is het zelfs wel gebeurd, dat Roomsche grondeigenaren beheervoerders waren voor een Gereformeerde Kerkvoogdij. Een ergerlijke misstand natuurlijk, maar die toch toont, hoe men in rechten staat.

Bij de machtiging om in naam der Gemeente haar zaken waar te nemen, is de keuze der Gemeente geheel onbelemmerd.

In Friesland, waar in tal van dorpen bijna geen lidmaten zijn, is dan ook meestal bepaald, dat het voldoende is „dooplid" der Gemeente te wezen; een qualiteit die u door geen Censuur van wat aard ook, kan ontnomen worden.

En op aanwijzen van de Commissie voor het Vrij Beheer, waarvan Groen van Prinsterer de patroon was en waarin Prof. Mr. Baron de Geer van Jutphaas als rechtsgeleerde raadsman fungeerde, is dan ook in schier elk reglement voor Vrij Beheer evendezelfde bepaling opgenomen, als in 1875 ook te Amsterdam wet wierd, t. w.: Dat Kerkelijke straf der Besturen niet schorst voor de Kerkvoogdij.

En mocht men ten slotte opmerken, dat dit toch nooit kon bedoeld zijn voor Kerkeraadsleden, die als zoodanig in de Kerkvoogdij optreden, dan toont reeds Dr. Yan Ronkels boven aangehaalde opmerking over den w'rt-gezangenlievenden prediker overtuigend, hoe het artikel wel terdege óók voor Kerkeraadsleden bedoeld is, gelijk heel de bewoording er van dit dan ook buiten allen twijfel stelt.

En acht men dat nu abnormaal, dan zij geantwoord: Dat het Vrij Beheer bereid zal gevonden worden, aan deze abnormaliteit onverwijld een einde te maken, zoodra de Synodale Hiërarchie maar afziet van haar oneerlijke vervalsching der Censuur.

Maar zoo lang die stand houdt, moet het Vrij Beheer wel op zelfbehoud bedacht blijven.

Zooals thans de Synodale Hiërarchie huishoudt, is zonder zulk een onverzettelijk artikel heel uw Vrij Beheer verloren!

XII.

„SÜBINTREEREND BESTUUR".

Er kwam nog een andere bepaling in 1875 tot stand, die niet minder een doorn in het oog der Synodale Hiërarchie was, en die eveneens in het thans uitgebroken Conflict heel den stand der quaestie beheerscht.

Onze Synodalen zijn een zonderling slag lieden.

Op elke letter in elke alinea van elk hun gevallig artikel uit elk hunner heilige Reglementen zullen ze doodblijven, zoolang het tegen u

Sluiten