Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeide, dat er geen vergadering was. en hij hun de deur niet mocht ontsluiten. Dr. F. L. Rdtgers, een voorloopig gesehorst ouderling, beweerde, dat de koster aan hem als Kerkmeester van de Nieuwe kerk had te gehoorzamen, en gelastte, dat hij de deur terstond zoude ontsluiten.

Ook hier is de voorstelling van den heer Hogerzeil in strijd met de stellige feiten:

Op 4 Januari was er wettiglijk, des avonds te 7 uur, Kerkeraad saamgeroepen; en deze was niet afgezegd. Niet-geschorste Kerkeraadsleden kwamen daartoe op. En met deze m'e<-geschorst.en meldden zich ook de iüe£-geschorsten aan, om te vragen, wat hun met dit zonderling stuk van schorsing te doen stond. Wat is hier onwettigs in?

Voorts had de heer Ds. Renier reeds twee dagen te voren; dus eer er van schorsing sprake was; te zes ure, eenige broederen in de Ministeriekamer genoodigd, teneinde inlichtingen van hen te ontvangen. Waarom mocht dit niet? Ds. Renier was niet geschorst. En schorsing sluit toch niet in, dat men iemand zelfs geen inlichting mag komen geven?

Maar veel erger vergrijpt de heer Hogerzeil zich aan de waarheid met dat „beweerde". Dr. Rutgers, die „beweerde," dat de koster hem te gehoorzamen had.

Ds. Hogerzeil's eigen handteekening staat toch voluit onder de belofte, dat hij bij elke censuur beginnen zal met elk geschorst medelid als nog in volle functie zijnde te erkennen.

Dat beloofde de heer Hogerzeil plechtiglijk.

En hoe doet hij?

PUNT TWAALF.

Op blz. 17 deelt de heer Hogerzeil aan zijne lezers mede:

En toch stelt zich de Kerkelijke Commissie op dezen oogenblik aan, alsof haar het hoogste gezag was opgedragen.

Zij weigert aan de Predikanten den toegang tot hun wettige vergaderzaal en het archief van het Ministerie, hetwelk aldaar wordt bewaard. Iets, waarover zij niets heeft te zeggen.

Zij weigert aan den Algemeenen en Bijzonderen Kerkeraad den toegang tot zijn wettige vergaderzaal en zijn archief, hetwelk aldaar aanwezig moet zijn. Iets, waarover zij niets heeft te zeggen.

Zij weigert aan de Diakenen den onbelemmerden toegang tot hunne wettige vergaderzalen en hetgeen aldaar wordt bewaard. Iets, waarover zij nieis heeft te zeggen.

Zij weigert aan het Classicaal en Provinciaal Kerkbestuur in de Nieuwe kerk, alwaar ook hunne archieven staan, te vergaderen, hetgeen zij tot nog toe altijd gedaan hebben. Iets, waarover zij niets heeft te zeggen.

Sluiten