Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of neen, noch achter den Haagschen Kerkeraad, noch achter Dr. van Toorenenbergen willen wij schuilen.

Onzer is een beter schild, een treffender beukelaar!

Hij, in bewonderende aanbidding voor wien alle knie zich onder de verlosten des Heeren nederbuigt, Hijzelf, de Leidsman en Voleinder onzes geloofs, is ook een „ oproerling" gescholden.

Zoo schelde men ons dan met Hem.

Den dienstknecht ga het niet anders, niet beter dan zijn Heer!

XVI.

DE REVOLUTIE GEREGLEMENTEERD.

En nu ten slotte dezelfde vraag nog ééns: Wie is eenig wettige, door God gezalfde Koning óók in de Kerk van Nederland?

Is het Jezus, de levende Christus, of is hij het niet ?

Zeg nu neen, en ik staak met u alle verdere discussie. Maar ook zegt ge, in de verrukking der ziele, met de geschorste Kerkeraadsleden: . Ju, gewisselijk, Hij Koning, Hij eeniglijk, Hij eeuwiglijk. óók in zijn Kerk /" — dan eiscli ik ook uw onbewimpelde en onvoorwaardelijke bekentenis: dat onze Synodale Hiërarchie in staat van openlijke Revolutie tegen dien wettigen Koning der Kerk verkeert.

De personen, die op de onderscheidene sporten van die Hiërarchie

hun voet zett'en, blijven daarbij buiten het geding. Er kunnen er

onder zijn, en er staan er zelfs op de hoogste sport, die voor hun

hart geen ander dan .Jezus tot hun Koning kozen!"

. . . ..

Maar dit spreekt de Hiërarchie niet vrij.

Zij, de Organisatie, is de schuldige!

En waar wij, geschorste en vervolgde Dienaren Christi, met gretigheid uw aanklacht overnamen, er onze eer in stellend, dat we tegen een ongoddelijk gezag, uit drang der conscientie, wel waarlijk Revolutie drijven; daar behoort dan nu ook het Synoaal bedrijf zijn echten naam te voeren, als Revolutie tegen den Heere den zijn Gezalfde!

„De Revolutie gereglementeerd!'' noemde de heer Hogerzeil het, wat de Kerkeraad van Amsterdam op 14 December aan de Kerkvoogdij dorst gelasten. Nu, daarover voele hem een volgend vlugschrift aan den tand. Maar wat een „Vader in Christus" met terugslag op dien kwinkslag den heer Hogerzeil voor de voeten wierp, dit dient thans reeds afgedaan !

„Gij spreekt", zoo schreef die vrome, vroede man, „gij spreekt, o, heer Hogerzeil, van een revolutie, die de Kerkeraad van Amsterdam zou gereglementeerd hebben; mag ik u eens, op uw conscientie af vragen, of de Synode deze zeventig jaren in hoofdzaak wel iets anders gedaan heeft „dan Revolutie reglementeeren tegen onzen Koning en Heer"?"

Die vraag sneed diep in.

Het was de diepe wonde der Conscientie blootwoelen!

Sluiten