Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Altoos „reglementen" en nogmaals „reglementen", en van iets anders dan „reglementen" weten onze Synodalen niet.

En wat is nu in heel dit „reglementen"-stel het logisch zich ontwikkelend beginsel? Wat zit er in die „reglementen" voor ziel f Wat adem waait er u uit tegen? In wat richting, ter verwezenlijking van welke moeder gedachte, veranderen, wijzigen en vervormen ze zich gestadig?

En wie durft dan opstaan, en mij in het aangezicht weerspreken, als ik zeg: «Dat heel deze Reglementen-bundel slechts op één doel mikt, t. w. om vrijheid in de Kerk te verzekeren aan wie niet knielt voor Christus als zijn Heer!

Te maken, dat een modern prediker altoos, een klagend belijder van den Heere Jezus nimmer gelijk kreeg, is dat of is dat niet de doorzichtige toeleg van heel dit Hiërarchisch weefsel geweest ?

Versmalt zich van 1816 tot nu toe niet almeer de belijdende rand waarmeê het kunstig geheel aanvankelijk nog omzoomd was, en is al de lijdensgeschiedenis onzer kerk de laatste vijftig jaren wel iets anders geweest dan een gestadig wassen van de reglementaire macht, die den Christus hoonen dorst ?

„Hij, de Christus, minder worden, en ik, Synode, wassen !" — is dat niet het vermetel Excelsior geweest, waarmeê dit Hiërarchisch Besturenstel naar telkens hooger machts-plateau opklom?

Is er ooit een loochenaar van den Christus uitgeworpen? En trof niet elke banbliksem van dit machtig Lichaam onveranderlijk een Dienstknecht des Heeren, één die Hem als Koning beleed?

„De Kerken van onder Jezus weg, en naar zich toe, en onder haar macht te trekken, is dat of is het niet, naar aller toegeven, het rustelooze kruien van dit Synodale oeverzand geweest?

o, God weet het, hoe zijn trouwe volk al deze vijftig jaren tegen dit Synodaal Bestuur gezucht, tot den Heere geklaagd en 0111 verlossing gebeden heeft.

Kon men onze verstorven vrienden, kon men een De Cock, een Scholten, een Witteveen, bovenal een man als Kohlbrügge nog eens hooren klagen, als hij de bitterheid zijner ziel tegen dit ongoddelijk Synodale wezen uitgoot!

Er is zoo vurig, zoo aan alle plaatsen des lands, zoo zonder ophouden, om verlossing van dezen Egyptischen drijver gebeden.

Of liever , neen erger dan ooit de drijver in Egypte, heeft deze Synodale Hiërarchie der Kerke Gods de ziel benepen.

Want ze deed het niet ruw, ze deed het niet wild, ze deed het niet in overmoed.

Neen, harer was het kalme stelsel van fijn gesponnen overleg; van de voren met de ploegschaar lang te trekken; de onderdrukking van den Naam des Heeren is door haar gesystematiseerd.

Ge kreegt geen slag met de bijl, maar duizend speldeprikken. En die speldeprikken drongen u in het aderweefsel met de keurigheid van een kunstig borduurster.

Sluiten