Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Revolutie tegen den Koning der Kerk te reglemenleeren wierd verheven tot een eere biedende, een talent vereischende kunst.

Als galeislaven mocht ge de riemen in de looden wateren doen plassen, maar het rukken aan die riemen ging op 't maatgeluid van „ artikelen", het neerpiassen naar de regelmaat van een u bedwelmende „ reglementaire" muziek.

Roi fainéant, „nietsdoend Koning" wilde men den Christus in zijn Kerk doen worden, en de vileine Paladijn, die voor Hem neer moest knielen, kroop in reglementairen waanzin zelf op zijn Troon.

Dit nu moest, 'tzij vroeg, 'tzij spa, tot botsing leiden.

Voor zulk een Hiërarchie en Jezus' trouwe krijgsknechten is in éénzelfde Kerk geen duurzaam saamverkeeren denkbaar.

Reeds lang dreigde er onweder. Maar telkens dreef de donkere wolkenmassa weer over.

Het vuur schoot wel spranken tegen het grauwe zwerk, maar de

donderslag toefde nog.

Tot nu eindelijk in de Kerk van Amsterdam, na lang dreigen, eindelijk de bliksem insloeg.

Het conflict dreigde, en zie ... het is gekomen.

Schriklijk bang en op bitterlijk booze wijze gekomen, onulat broederen, in zinsverbijstering, zich hebben opgemaakt om scherprechtersdienst tegen broederen te verrichten!

Maar daarom vertsagen we niet.

Eerlang zullen velen van die broederen zich van hun verdwaasdheid bekeeren, en de hand van Benjamin zal niet langer tegen Juda zijn.

Reeds verijdelde machtiger Geest een gansch verraderlijken toeleg.

Want sluwelijk riep er een '• - Val ze niet aan op de /l^c.s/c?K]uaestie, maar schuif er ijlings met geslepen handigheid de Beheersqnaestie voor! '

o, Het volk, zoo dacht men, zou door die list zich verschalken laten, en argeloos inzwemmen in de opgezette fuik.

Reeds ging het geroep van allen kant op: „Naar uw legertente terug, o Israël, want niets, niets heeft deze schorsing met de Waarheid" Gods te maken. Die schorsing is alleen maar, wijl deze mannen ambtelijke dieven zijn. Ze willen de kerkelijke kas medenemen! Het is

een schorsing voor roof!" r

En dat riep men zóó luide en zoo hard, dat metterdaad een oogenblik de stemme des volks overschreeuwd wierd!

Maar zie, ook onder dat rumoer liet het volk des Heeren zich door al dat sluw beramen toch geen oogenblik van de wijs brengen.

„Neen, roept het uit alle oorden des lands, maar ge tast die broederen om anders niet aan, dan om hun pal-staan voor dm Naam des Heeren."

Nu dan, in dien Naam des Heeren zal al hun hulpe staan!

Sluiten