Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heeren zullen tegen ons getuigen, ja alle engelen Gods onze ziel versmaden, wanneer wij het roepen van Christus in vergetelheid verdartelen, in ongeregtigheid belagchen! Och Heere! roep ons bij name. „Trek mij, wij zullen ü naloopen . O Geest van licht en waarheid geleid ons, dat wij ingaan tot Gods altaar — Jezus staat daar en Hij roept: „Zoo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Die 111 Mij gelooft, gelijkerwijs de schrift zegt, stroomen \an levend water zullen uit zijn binnenste vloeijen!"

Laai ons in de tweede plaats nadenken over deze sprake, die over Zijne heilige lippen vloeit.

Gezang 46, vs. 62.

Hij is 't, die op de wolken komt!

Buigt, Christnen! buigt u neder Voor Hem, voor wien 't heelal verstomt;

Hij komt! ja, Hij komt weder!

II.

„Zoo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke." Zoovele woorden, zoovele bundels van hemelsche licht-stra-

len acll! mdien onze ziel maar ééne spranke van dat licht opvangt.

^ Wie zijn ze, die dorsten? Och, die in de woestijn zijn. LSyPte s vleeschpotten zijn alzoo toebereid, dat ze de lippen doen walgen van levende wateren. En daarentegen van de gezaligden in Sion wordt getuigd, dat zij niet meer dorsten zullen, „want het Lam zal hun een leids-

Sluiten