Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den ouden mensch wegspoelen onder hare rustelooze bewegingen!

En waar wij deze wateren in hare beddingen zien uitvloeijen, volgt ons oog drie stroomen, die voortgaan uit dit nieuwe Eden Gods. En de naam des eenen is geloof, en van den tweeden hope, en de derde stroom der levende wateren is de liefde.

Immers, welk een geloofs-vertrouwen gaat daar uit van Gods kinderen, die niet zien en nogtans vreugde smaken in hun hart; die zelfs aan de rivieren van Babel hunne lippen niet kunnen bedwingen van de liederen Sions; die in bange tijden verzekerd zijn, dat de Heere de ziel Zijner tortelduive niet overgeeft aan het wild gedierte — en hunne handen getuigen met hunne lippen van de verzekerdheid huns harten.

Welk een geloofs-moed bij deze Gideons-bende, die gedrenkt wordt uit de rivier Gods! Blijmoedig gaan zij ten strijde tegen de legermagt der Midianieten; gevaren kennen zij niet; den Satan wederstaan zij, dat hij van hen vliede; het kruis is hun roem, de liefde Christi de banier over hen: „al ging ik ook in een dal der schaduwen des doods, ik zou geen kwaad vreezen, want Gij zijt met mij!"

Welk een geloofs-eenvoud, die zich niet ijdelijk versiert, maar al hun versiersel is in den Heere, is Zijne genade; die niet hoog opgeeft van eigen wijsheid, doch haar immer weer van God begeert, „Die een iegelijk mildelijk geeft en niet verwijt;" nergens thuis dan bij de kinderen, en immer zingende van de wegen des

Sluiten