Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alvorens u te beroepen , zal u wel niet bevreemden, zoo gij u herinnert en bedenkt, dat gij in de laatste jaren zeer verschillend beoordeeld zijt; ja opentlijk veroordeelt door de zoodanigen die vroeger als broeders met ons verkeerden. Dat de Heere, onze getrouwe Herder, alle Zijne schapen te zamen brenge en zamen doe wonen is de wensch en bede van mijn hart. God geve ons vreugde in Hem, die onze verzoening, die onze vrede is. Door Gods gopdheid ben ik met de mijnen wel, moge dit ook ten uwent zijn. Groet van mij , schoon van aangezicht onbekend, uwe vrouw, zijt den Heere aanbevolen van uwen u liefhebbenden broeder in den Heere.

A. BRUMMELKAMP.

Utrecht, den 25 Juli 1839.

Antwoord aan den Heer A. BRUMMELKAMP. te Hattem.

Hartelijk geliefde Broeder in Cristus !

Nog dezelfde ben ik voor u, waarde en geachte Biummelkamp , die ik vroeger voor u was, een waarachtig en getrouw vriend, u geheel ten dienste in den Heere, gelijk ik u dit vroeger getoond heb, hoewel niet door u gekend nog gevraagd in oogenblikken toen gij , zoo gij opgemerkt had , aan mij de consequentie had kunnen opmaken: of Kohlbrugge wandelt niet naar den wille Gods, of ik niet, bij alles wat ik ook uitrichtte. — Gij hebt dan nu den drang van uw geweten gevolgd en de daad laten komen tot hetgeen gij schrijft; dat het steeds uwe meening is geweest dat het ulieder roeping was , mij te vragen en uit te noodigen om met uwe Gemeente mij te vereenigen. Maar ik vrees dat het te laat is; hoe ik denk over de zaken het koningrijk Gods aangaande in het land onzer inwoning, dat wil ik niet onthouden; het is er mede gelijk de Heere zegt: het koningrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat, en het is binnen in ulieden, en evenwel zult gij weten, dat het koningrijk Gods tot u gekomen is.

Sluiten