Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Brummelkamp! voor dat er eene Afgescheidene Gemeente was, is er eene zonde begaan , is er een onschuldig bloed vergoten , gelaten, dat de vloek heeft doen kleven ook op dien en die, die de afscheiding begonnen, voortgezet en tot hiertoe te zamen gehouden hebben, en, zich daarvan bewust of onbewust; op allen rust dat oordeel, die die zonde begaan of zich aan de vergieters van dat bloed aangesloten en die, zoo lang i het eigen er niet mede geraoeit was, gehoorzaamd hebben, zonder die zonde was er zeker geene afscheiding gekomen, en gij lieden i had het heil des Heeren gezien met kracht, met wonderen en I teekenen van den God Israëls. — En nu gewis Brummelkamp ! i zoo Hand. 2: 42 niet tegen ulieden zal getuigen , zoo merk er op en valt in de schuld, want in die zonde ligt geheel ulieder verdere weg en loop en lijden.

En zoo is dan hetgeen gij schrijft, dat ik mij van u lieden verwijderd heb, wat ten minste de afgescheidenen van Utrecht i en zelfs van vele andere plaatsen in ons land aangaat, eene i onrechtvaardige gedachte van u, te Utrecht hebben zij tot een toe, allen voor de afscheiding persoonlijken omgang met mij : gehad. Ik bleef altijd te huis, om een iegelijk met des Heeren woord en met de vertroostingen , waarmede de Heere mij veri trooste, te dienen. — Zij hebben mij , de een voor, de andere ! na verlaten, zich stootende aan dat woord.

Ja wel behoorden zij te verkeeren gelijk er Hand. 2: é2ge: schreven staat, en gelijk het de geloovigen toen deden, zoo doen (diegenen het nog, die des Heeren getuigenissen in alles voor i recht houden en allen valschen God haten. Integendeel; nu is 1 het ach bij ulieden , gelijk bij schier allen in den lande; wij ' wachten naar licht, maar ziet er is duisternissen naar eene groote j glans, maar wij wandelen in donkerheden — als blinden naar (den wand, zoo tasten wij in den klaren middag, terwijl ik mij ' verstout en zeg gelijk er geschreven staat: Ik hebbe mijne hani den den ganschen dag uitgebreid tot een weerstrevig volk, die ' wandelen op een weg die niet goed is, naar zijne eigene gei dachten. — Zoo heb ik mij ook niet op mij zeiven gehouden, j gelijk gij schrijft. De Heere heeft mij bij zich gehouden, en \ geeft mij voordurend wandelingen onder diegenen, die voor zijn : aangezichte staan. — Wat kon ik arme man doen? Eerst uitge. ; sloten van het Luthersche Consistorie, toen drie jaren gekweld i van alles wat heerschappij usurpeert in de Hervormde kerk >

Sluiten