Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zangschool, en leerde toen psalmen zingen en muziek. Des zondags ging ik trouw naar de kerk. Mij dacht dat ik het toen al ver bracht. Doch eigenlijk werd ik een mij veel inbeeldende farizeër ik bestrafte audere menschen als zij vloekten; maar leefde zelf in de zonde en in de wereld voort. Ik wilde zelfs God en de wereld te gelijk dienen en wist nog niet, dat die een vriend Gods wilde zijn, een vijand van de wereld moest wezen Zoo heb ik voortgeleefd tot mijn zes-en-twintigste jaar; doch toen werd de Heer mij te sterk. O, als ik nog indenk hoe lang ik het tegen God uitgehouden heb, tegen licht en geweten aan, dan ben ik nog verwonderd over de lankmoedigheid Gods in het dragen van een zondaar. Maar toen werd het de tijd der minne. Ik verkeerde toen met haar, die later mijne vrouw werd: wij leefden beide tot dusverre in de zonde en in de wereld voort. Toen behaagde het den Drieënigen verbondsGod om mijne vrouw in het jaar 1800, den eersten zondag in Maart krachtdadig aan haar zelve te ontdekken, onder een preek van Domine Duim over den tekst: „De droefheid naar God werkt eene onberouwelijke bekeering tot zaligheid, maar de droefheid der wereld werkt den dood," waaronder zij radeloos en reddeloos werd. Ik, die van alles niets wist, ging dingsdag avond naar haar toe en sprak haar voor een raam. Ik vroeg haar of zij er ook uit kwam, waarop zij antwoordde „neen" Ik herhaalde: „Gaat gij morgen avond ook met mij naar uws vaders huis ?" (het was den volgenden dag biddag) zij antwoordde: „neen." Ik zeide,

Sluiten