Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoeg had. Dan kwam mij de eene, dan de andere belofte voor, zoo als deze: Gij zult aanzitten met Abraham, Izak en Jakobjin het koninkrijk der hemelen. Geheel de week door bleef ik in dien toestand verkeeren. Ik werkte voort met die hebbelijke genade en verloor den H eere uit het oog; en zoo kwam ik boven op den berg, en ik dacht, dat ik zoo van kracht tot kracht, zou voortgaan, en ik werd zoo groot bij mij zeiven, dat ik nog predikant meende te zullen worden. Studie had ik niet noodig; de Heere kon mij door zijnen Geest wel leeren. Als ik bij de vromen of op een gezelschap kwam, dan was ik de man en zeide : „ik moet spreken of de steenen zullen spreken." Eens was ik op een gezelschap waar wel twintig menschen bijeen waren; meest jonge meisjes. Een van haar zeide tegen den vader mijner vrouw: „Ja Brouwer, mocht het ons zoo gaan als uw Maclieltje en Egbert, dat wij onze zonde maar recht mochten inzien; waarop ik antwoordde : „gij zijt nog niet met Bunjan in den modderpoel geweest, maar ik ben er in geweest; de Heere heeft mij met een koevoet losgebroken van de zonde en met een dommekracht heeft Hij mij het geloof ingedraaid." Zoo hoog stond ik bij mij zeiven, niet wetende wat ik zeide. Och, wat is toch de mensch als dat Petrusvuur de overhand heeft! Daar zaten oude vromen bij; die merkten wel dat ik niet recht stond, maar durfden mij niet tegenspreken, omdat ik hun verteld had, hoe ver het met mij gekomen was, toen ik in wanhoop verkeerde en hoe wonderlijk de IIeere mij bewaard had. Dat

Sluiten