Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij toet met een goedertieren God te doen, daar de Heere ons samenzijn nog als een middel in Zijne liand voor u belieft te gebruiken. Onze samenkomst heeft geheel en al om uwentwil plaats gehad. Gij stond te hoog, maar wij durfden u niet tegenspreken." Ik sprong van mijn stoel op en riep uit: „dit huis wordt mij te benauwd ik moet er uit, geheel de wereld is mij te benauwd." Zoo liep ik de deur uit. Toen ik op den Nieuwesluizer dijk kwam was het of de satan naast mij ging en mij influisterde dat ik mij voor eeuwig bedrogen had. Nu zou ik den moed maar opgeven, het was voor mij nu te laat; ik had niet alleen mijzelven maar God en menschen bedrogen. Te huis komende viel ik op de knieën bij de tafel op den vloer neder. Ik kon echter geene woorden voortbrengen dan: o en och. Ik kwam zoo ver dat ik met mijn gelaat op den vloer lag, en werd zoo benauwd, dat ik dacht dat God den grond wel vaneen zou scheuren om mij levend te verslinden en zoo in het verderf te storten. Ik geraakte eindelijk te bed en kwam in slaap; en toen ik des zondags morgens wakker werd kwam ik in een geheel anderen toestand. Want de Heere Jezus openbaarde zich op nieuw in zijne dierbaarheid en noodzakelijkheid aan mijne ziel. Nu zag ik eerst recht hoe ik met de gestalte was weggeloopen en den persoon nog mistte, en hoe noodig ik hem had als profeet, priester en koning. Dit maakte mij op nieuw werkzaam met den Heere Jezus.

Ik ging naar de kerk, en op den weg derwaarts

Sluiten