Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontmoette ik Hestie, die den vorigen avond het middel voor mij geweest was. Hij liep naar mij toe en vroeg hoe het nu met mij was. Ik zeide: „o man, ik heb u liefgehad, maar nu heb ik u nog veel liever, omdat gij een middel zijt geweest om mij van de hoogte af te brengen; nu zie ik eerst recht in hoezeer ik den Heere Jezus noodig heb en^kan ik op nieuw weder toevlucht tot Hem nemen." Hij was verblijd en zeide: „de vijand heeft mij den geheelen nacht uit den slaap gehouden omdat ik u alleen had laten vertrekken, en ik vreesde dat u iets mocht overkomen zijn-"

Wij gingen naar de kerk, en ik hoorde met veel genoegen toe, bijzonder toen de domine in de toepassing tot zoekende zielen sprak. Onder dezen durfde ik mij weder rekenen en ik kon op nieuw gelooven dat de Heere de hand van genade aan mij gelegd had en het ook volbrengen zou. loen heb ik alzoo drie vierde van een jaar doorgebracht, gedurig in een ruim toevluchtnemend geloof tot den Heere Jezus, hoewel aanhoudend onder zware bestrijdingen van satan en ongeloof. Ik stond veeltijds ruim in het toevluchtnemend geloof zoodat de vromen dan wel eens vraagden „wat ontbreekt u dan nog, daar gij immers zoo ruim van den Heere Jezus spreekt? Dan zeide ik, ik zal het u juist zeggen ik heb een geloof dat mij tot aan den dood brengt maar ik durf niet wagen om er den dood mede in te stappen, nu moet ik immers een geloof hebben dat mi] over den dood brengt?''' „Becht zoo," zeiden zij dan, „houdt gij maar aan, de Heere zal het op zijn tijd wel ge-

Sluiten