Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dag hoorde zij onze meid zeggen: Zaterdag. Toen zeide zij: „het is immers Vrijdag?" Toen vroeg zij hare moeder of het geen Vrijdag was. Die antwoordde : „Neen, kind, het is Zaterdag." „Waar ben ik dan gisteren geweest?" zeide zij. „Gij hebt hier op bed gelegen," zeide moeder. „Maar wondere dingen ondervonden, hernam zij: „och moeder denk toch niet te hoog van mij," zeide zij. Het ging haar als Paulus, zij kon er niet bij. ioen lag zij stil heen tot Woensdag avond, waarna zij in zware bestrijding geraakte, en mij vroeg of ik eens voor haar en met haar wilde bidden. Ik vroeg haar wat ik bidden zou. „Zooais de Heere Vader in het hart geeft," zeide zij. Ik viel op mijne knieën voor haar neder, en mocht bijzonder aanhouden dat de Heer haar weder in het licht stellen mocht en het geloof op nieuw levendig maken. Dienzelfden nacht waakte onze meid bij haar, toén zeide zij : „o Jenneke, ga nu eens bij mij zitten; nu kan ik u vertellen dat de Heere Vaders gebed verhoord heeft. Nu kan ik weer gelooven dat ik een Dneëmg Verbonds-God in den hemel en den Heere Jezus tot mijn borg heb. Nu wil ik wel sterven en heb nu maar begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn." Zij sprak veel over het hemelwerk; doch Jenneke kon wegens de aandoening van haar gemoed niet alles vertellen !u Z1J. Sezegd had. Den volgenden avond

kreeg zij eene zware bloedspuwing zoodat ik dacht

dat zij m mijne armen dood blijven zoude. Toen

' °V:l ze^e z'j; »vader leg mij nu maar

neder. Mijne vroUw ging bij haar zitten; toen

Sluiten