Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik voor mij ben wegens hem in bijzondere toestanden tussclien den Heere en mijne ziel geweest. Eene week voor zijn dood, op een zondag middag ging ik in het verborgene om voor hem te bidden. Toen besprong mij de satan en boezemde mij in: als God hem eens niet wilde toebrengen dan bad ik tegen den wil van God. Dat maakte zooveel indruk op mij dat ik stil bleef staan en niet durfde bidden. Zoo kwamen deze woorden mij met kracht op het hart: „Bidt zonder ophouden." Ik viel op mijn aangezicht neder, en mocht hem met veel ruimte aan den Heere Jezus opdragen. Toen kwamen mij die woorden met kracht voor: „Vader, ik wil niet dat deze in het verderf nederdale, ik heb de verzoening voor hem gevonden," — en dat met toepassing op mijn zoon. Toen gaf ik hem voor tijd en eeuwigheid aan den Heere Jezus over; en de Heere maakte mij ook geheel van hem los, alsof hij mijn zoon niet meer was, en ik ben ook los van hem gebleven. Eens op een avond was ik sterk aanhoudende dat de Heere toch eens van vrede tot zijn ziel spreken mocht; toen kwamen mij deze woorden levendig voor :

Hij kan eii wil en zal in nood,

Zelfs bi} het nadren van den dood,

Volkomen uitkomst geven.

Dat konde ik gelooven, dat de Heere hem in de ruimte zou stellen; hetwelk ook gebeurd is kort voor zijnen dood. Doch hij bleef maar roepen om den Heere Jezus; en als men bij hem kwam en vroeg: „Hoe gaat het, Jan? Hoe is het met uwe

Sluiten