Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in huis, en Danen lag ziek te bed. Ik zeide: „mensch, zit gij hier zoo gerust, ik ben zoo benauwd en donker ! „Wel," zeide zij, „vrees maar niet, de Heere heeft beloofd dat er geen leed geschieden zal." Dat gaf mij veel moed, maar ik werd daardoor niet gered, want de troon der genade was mij gesloten. Ik ondervond toen met David: Als Gij Uw aangezicht verbergt wordt ik verschrikt. Ik geraakte 's morgens om vier uren in bedaren. De Franschen kwamen niet; maar ik werd van schrik ongesteld en bedlegerig. Toen heb ik lang gesukkeld; mijn weg was toen bij vallen en opstaan, bij licht en duisternis.

In IS26 deed ik eene reis naar Nijkerk. Daar mocht ik veel van den Heere aan mijne ziel ondervinden, en veel zegen genieten onder de prediking van Ds. Schoonderbeek en Ds. Moorrees. Eens onder eene preek van Ds. Schoonderbeek over den Engelenzang raakte ik wonder gesteld. Hij zeide in de toepassing: „zingen, volk van God; wij zingen niet genoeg; de Engelen gaan ons voor, schoon zij geen belang bij den geboren Koning hebben. Maar wij hebben er belang bij, voor ons is hij geboren." Ik werd zoo levendig voor mijn gemoed dat ik wel hart zou hebben willen zingen; mijn hart zong:

Hemeltoonen, Eng'lentalen Luister zonder wederga,

k Zie den hemel nederdalen, enz.

Ik kwam zoo levendig uit de kerk en was verslonden, in God! Wij gingen bij Ds. Morrees thee drinken: daar werd ik zoo vol, dat ik niet kon

Sluiten