Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten houden, daar zij op geene school komen mochten. De dokter kwam aan ons huis om mijne Kinderen tegen wil en dank inteënten, en zeide dat dit een bevel van den koning was. Ik zeide: „de Koning heeft over mijne kinderen niets te zeggen." Toen begon hij te schelden en zeide: „gij hebt een Turksch geloof. Ik deelde hem mede hoe God mij bekeerd had, en hoe ik mij voor tijd en eeuwigheid aan dien God had overgegeven, en hoe die God het niet hebben wilde. Toen ging hij spotten, lis. zeide: „als gij daar niet van leert kennen en tot God bekeerd wordt, dan gaat gij met al uw geJd eeuwig verloren." Toen antwoordde hij mii stoutweg: „dat wensch ik nooit te leeren kennen."

^ zeide: „dan zullen deze woorden, die ik tot u spreek, in den grooten dag des oordeels tegen u getuigen. Daarop liep hij kwaad weg, en zond mij een briefje om onze kinderen thuis te houden, ij 1 , toeu een jaar geduurd. Toen gaf de Heere weder uitkomst: onze kinderen kregen weder de pokken. De dokter kwam weder schelden en razen; en toen moest ik bij den burgemeester komen. Ik mocht mij voor den Heere nederleggen en om raad vragen. Toen kwamen mij de woorden voor: Vrees niet, het zal u in die ure gegeven worden.^ Ik zeide: „Heere, daar zal ik het mede wagen, en gmg gemoedigd henen. De burgemeester zeide: „Hebt gij de kinderpokken in uw iiuis Ik antwoordde bevestigend. Hij zeide: „hebt gij de kinderen met laten inenten ?' Ik zeide : „neen , mijnheer. „Hoe komt dat?" vroeg hij. Ik antwoordde: „omdat God het niet hebben wil. „Zoo,"

5

Sluiten