Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze droom hervat, telkens klaarder en klaarder. Of hij goed of kwaad beduidt, weet God.

Te bed liggende, viel ik onder mijn gebed in slaap, rustende omtrent derdehalf uur zeer zacht. Wakker wordende,lag ik in veel gedachten tot na 12 uren in den middernacht. Onder andere dingen overleidde ik, hoe ik alle lieve heiligen, nevens mijn hofgezin, tot één mocht brengen. (Hieruit bleek, hoe paapsch hij nog was.) Ik bad ook voor alle lieve zielen in 't vagevuur, en besloot hen te helpen, enz. In slaap vallende droomde ik, dat de almachtige God tot mij zond een monnik, van een eerlijke aanzienlijkheid, zoon der Apostelen Johannes en Paulus. Op Gods bevel had hij bij zich al de lieve heiligen, die voor mij van den monnik zouden getuigen, dat omtrent hem geen bedrog was, dat hij was een gezant Gods. En dat God mij beval, dezen monnik te vergunnen, iets te mogen schrijven aan mijn slotkapel te Wittenberg, met verzekering, dat mij zulks niet zou rouwen. Ik liet den monnik door den kanselier aanzeggen, vermits God mij dit gebood, en dat hij zulke waarachtige getuigen had, zoo mocht hij schrijven hetgeen hepi gelast was.

De monnik begon zijn werk, en schreef met zulke groote letteren, dat ik dezelve te Schweinitz kon kennen. Hij had zoo'n lange pen, dat derzelver bovenste deel aan Rome raakte, en met het einde een leeuw in 't eene oor stak, zoodat het aan 't andere weer uitkwam. (De paus was toen Leo of leeuw genaamd.) Nog raakte deze pen de drievoudige kroon, en stiet er zoo hard tegen, dat ze begon te waggelen, ja, als van zijn hoofd wou afvallen.

Ik en gij stonden daar niet ver vandaan; ik stak mijn hand uit om de kroon te houden, en in dit toegrijpen ontwaakte ik, en vond mijn arm omhoog verheven. Ik was verschrikt en gram op den monnik, dat hij zijn pen niet voorzichtiger bestuurde, doch ik dacht, 't was maar een droom, en stilde dus mijn toorn.

Niet lang daarna viel ik weer in slaap: deze droom

Sluiten