Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOEWIJDING

Ik weet niet waarom alles mij ontvlucht —

mijn oogen zien door weemoed overtogen de groote wolken door den wind bewogen die drijven aan de diepe klare lucht.

Mijn ziel is vol van glanzen en toch duister: achter dit lichtend leven is het zwart.... ik voel de wanhoop in mijn doelloos hart, ik roep tot U, o bron van allen luister.

Ik weet de vreugde liggen weggeborgen waaraan dit helder wereldsch licht ontsprong, ik voelde haar eenmaal — ik was nog jong — als koekoeksfluiten door den ijlen morgen.

O vreugde, eeuwig rhythme van het leven, wij zien uw licht verneveld door een wolk, wij leven zonder u, een vreugdloos volk, aan duist're wrok en wroeging weggegeven.

Soms komt een kind, zoo lieflijk en zoo zuiver, en straalt in ons zijn groot verblindend licht dat onze smart tot fonkeldauw verlicht en ons vervult met blijheids bang gehuiver.

O vreugde, oorsprong die wij dwaas verrieden, waarheen ons diepste hunkeren ons voert, gij zijt het die ons arme hart ontroert,

aan wie wij ons gefolterd leven bieden.

WIL]

li-in

Sluiten