Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n.1. met één uiteenzetting van wat de Regeering op den 31sten Januari liad behooren te doen. Ik heb de rede van den geachten afgevaardigde met de grootste aandacht aangehoord en-met bijzondere belangstelling nagelezen. Wanneer iemand spreek t over het Regeeringsbeleid op 31 Januari, dan zal

J natuurlijk alleen dan daarover juist kunnen spreken, wanneer hij eerst den toestand op 31 Januari juist karakteriseert. En wat is nu de karakteristiek, die de geachte afgevaardigde uit Zutfen van den toestand geeft?

Hij zegt:. „Vooreerst betwijfel ik zeer, of der Regeering in de dagen van Januari het ernstige van den toestand, ook met het oog op de naaste toekomst, wel duidelijk voor de oogen heeft gestaan. Indien dit wel het geval was, dan is haar houding op de bekende conferentie met het spoorwegbestuur geheel onverklaarbaar. De Regeering wist natuurlijk, en anders zal ze het wel op de conferentie vernomen hebben, dat het spoorwegbestuur, toen het naar Den Haag ging, reeds half codille was."

Mijnheer de Voorzitter, wat die uitdrukking nu juist beteekent, weet ik niet goed, ik vermoed, dat bedoeld is, dat het spoorwegbestuur reeds halverwege gebonden wa?, en dan volgt: „Zij wist, hoe de leiders der beweging op de stations den baas speelden", en dan komen er drie regels, die ik in het geheel met begrijp en waarop ik de aandacht zou willen vestigen: „zij wist, hoe de staking werd opgevat als een pretje, a's een verlof met behoud van traktement, dat reeds vooraf hun was toegestaan; zij wist, zij moest weten, dat het eigenlijk reeds een soort van schrikbewind was geworden."

Hoe kan de R-geering nu twee dergelijke zaken weten? Ik kan mij voor-

? mi! • l1-' ^lst' ^e.t waa een PretJe> dat ZÜ wist, dat het was een schrikbewind. Maar dat zij te gelijker tijd kon weten, dat het was een pretje én dat het was een schrikbewind, dat verklaar ik niet te begrijpen.

En wanneer de heer Goeman Borgesius destijds een invloedrijke stem had genad in den raad der Regeering en zijn diagnose ook dan zou geleid hebben tot de conclusie, dat wij te gelijk te doen hadden met een pretje en niet een schrikbewind, dan zou daarmede toch voor ons vaststaan, dat, indien die geachte afgevaardigde de zaak in handen had gehad, die zaak zeker niet goed zou zijn gegaan. Hoe zij zou geloopen zijn, weet ik niet, maar zeker niet goed, want het was noch een pretje, noch een schrikbewind.

e zaak was, dat toen op ol Januari de Regeering en het spoorwegbestuur te zamen waren, de laatsten zaten in een impasse, waaruit de Regeering ze niet halen^ kon. In Amsterdam hadden de arbeiders het werk neergelegd omdat zij niet wilden gedwongen worden tot dierstprestatie bij een handeling, waartoe het spoorwegbestuur meende, dat de maatschappij wettelijk verplicht was, n.1. het vervoeren van de aangeboden goederen: de beambten weigerden den daarvoor noodigen dienst te verrichten.

Toen is het spoorwegbestuur naar Den Haag gekomen en heeft gevraagd,

i ®"n miJ ten minste niet voorstellen, dat het iets anders zou hebben gevraagd, — aan de Regeering om het uitdrukkelijk goed te vinden dat zij de wet met nakwam. Maar kan de Regeering, zelfs bij bijzondere pretjes ot schrikbewinden, wel permissie geven de wet te overtreden? Dit kon niet en dit wilde de geachte afgevaardigde uit Zutfen ook niet, maar hij zegt: de Regeering had het advies moeten geven aan de Hollandsche bpoor: volhouden.

Wat was er dan gebeurd? Men kan over het karakter dier staking lang redeneeren, maar éen ding zal wel vaststaan, dat, wanneer de Hollandsche bpoor met had toegegeven, door heel het land het spoorwegvervoer was stop gezet en lamgeslagen. Dan had alles vastgezeten op een quae3tie in Amsterdam, die niet door het geheele land was begrepen. Dan was de staking op éen punt in ons land geweest een staking vau solidariteit, op een ander punt een staking om loonsverhooging, op een derde punt een staking van solidariteit niet van de stakers met de veemarbeiders, maar Yan de stakers met hun organisatie. En nu is het een oude leer, dat er

Sluiten