Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rede van Minister Heemskerk,

Aan cle rede van Minister Heemskerk, gehouden in de zitting van 20 November, ontleenen we het volgende:

De lieer Heemskerk, Minister van Binnen 1 ands-che Zaken,, nadat ZExe. in een der vorige zittingen verschillende opmerkingen beantwoord heeft, zegt: Thans overgaande tot het hoofdbestanddeel van, deze algemeene beschouwingen, zij het mij vergund allereerst een opmerking te laten voorafgaan. Ik beijver mij, om zooveel mogelijk de verschillende geachte sprekers te beantwoorden, maar ik acht het niet geheel en al ondenkbaar, dat de eenv^f andere uiting door mij onopzettelijk niet wordt opgenomen. ».

Ik laat deze opmerking voorafgaan, om mij aanstonds te vrijwaren, dat gevolgtrekkingen gemaakt worden, zooals de geachte afgevaardigde uit Enkhuizen zich meende te moeten veroorloven ten aanzien van liet niet opnemen van een enkele uitdrukking van den geachten afgevaardigde uit Goes en van een enkele uitlating van den geachten afgevaardigde uit Tiel door mij in mijn rede op 12 Maart j.1.

Terwijl ik op dil, laatste aanstonds terijgkom, moge ik thans vooreerst mijn dank betuigen aan de geachte sprekers, aan de rechterzijde dezer Kamer gezeten, bepaaldelijk aan de heeren De Savornin Lohman, De Waal Malefijt en Nolens, voor het vertrouwen in de Regeering, waarvan zij hebben blijk gegeven, een vertrouwen, dat ditmaal door de bijzondere omstandigheden, waarin wij verkeeren, iets meer dah anders het karakter draagt, dat die heeren vertrouwen, dat. als het Kabinet iets zegt, het dit dan ook meent.

Ik mag intusschen daarbij niet nalaten mede mijn dank te betuigen aan den geachten afgevaardigde uit Tiel voor de wijze, waarop hij, critiseerende en zelfs van bezorgdheid sprekende, toch clie critiek heeft uitgeoefend, want. ik kan ook in die critiek niets anders zien dan de volkomen waardeering van den ernst en de goede trouw, waarmede het Kabinet handelt.

Ook de geachte afgevaardigde uit Groningen geloof ik dat er ten slotte niet anders over denkt, zij het dan ook, dat hij zich mijns inziens in het karakter van het Kabinet eenigermate heeft vergist. Maar dat is slechts een objectieve vergissing.

Ik zou bijna zelfs dien dank kunnen betuigen aan den geachten afgevaardigde uit Amsterdam III, ware het niet, dat hij tot mijn leedwezen bij de qualificatie van de rechterzijde — en daarin moet in zijn gedachtengang ook het Kabinet begrepen zijn — zich heeft laten verleiden tot een uiting, die reeds door den geachten afgevaardigde uit Goes als een profanatie is aangeduid. De geachte afgevaardigde zeide toen bij wijze van interruptie tot den geachten afgevaardigde uit Goes: „Gij hebt mij daartoe genoodzaakt", maar hoe kan men tot een profanatie worden genoodzaakt?

Tot mijn leedwezen kan ik dien dank niet brengen aan den geachten afgevaardigde uit Enkhuizen, die niet alleen de zuivere positie van het Kabinet ten eenenmale heeft ontkend, maar ook de quaestie zoo heeft opgezet, dat, naar hij trachtte te doen uitkomen, hoe'men de zaak ook oploste, het Kabinet in eerlijkheid was te kort. geschoten. De geachte afgevaardigde zal wel begrijpen, dat ik een dergelijken opzet van de zaak niet kan aanvaarden.

De heer Goeman Borgesius: Ik heb gezegd: of oneerlijk, of frontverandering, en ik heb aangenomen, dat er frontverandering is. Dus juist het omgekeerde van hetgeen door u wordt beweerd.

Sluiten