Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klagen, maar ik constateer met den geachten afgevaardigde, dat zij veel tijd kost. Het maken van wetsontwerpen kost veel tijd, de behandeling kost veel tijd, het spreken over wetsontwerpen kost veel tijd. Daarvan is het gevolg, dat steeds het programma te groot is. Men neemt eenige dingen, die voor de hand liggen, en kan die niet afwerken. Ik heb eens laten nagaan, hoeveel wetsontwerpen van mij gevraagd werden in het Voorloopig Verslag op Hoofdstuk Y, en liet waren er meer dan 25. Als men de geheele lijn langs gaat, zijn er nog meer. Ér zijn een aantal zaken die alle urgent zijn, bij iedere zaak kan men redenen aanvoeren van gewichtigen aard om aan te toonen dat zij afgedaan moet worden, maar steeds stuit men op onmogelijkheid, het kan eenvoudig niet. Dat is niet de schuld van het Kabinet. '"•Zijnerzijds zijn eenige zaken medegedeeld in de Openingsrede van September j.1., die het Kabinet ter hand denkt te nemen. Van die rede is gebruik gemaakt om te kennen te geven hetgeen naar de meening van de Regeering voor de hand lag om aan te vatten. • ;

Nu heeft de geachte afgevaardigde uit Breukelen gezegd, dat het program beperkt was om drie oorzaken, in de eerste plaats omdat het Kabinet geen meerderheid in de Kamer had, in de tweede plaats omdat het een program voor anderhalf jaar was en in de derde plaats omdat de opgenomen onderwerpen voor de hand liggen. Ik accepteer die laatste twee oorzaken, het program moest niet anders ^jjn dan een program voor anderhalf jaar en de opgenomen onderwerpen moesten voor de hand liggen, maar op de keuze van het Kabinet is niet zoozeer invloed uitgeoefend door de omstandigheid dat het geen meerderheid in de Kamer had. Toen n.1, de vraag moest beslist worden of het Kabinet vérplight was op te treden, met het oog op den politieken toestand, diende de vraag onder de oogen gezien te worden- of het mogelijk was te kunnen werken met een Kamer, waar de rechterzijde de meerderheid niet had. Er wa.ren stemmen die zeiden :■ Dat kan .niet, dan moet de Kamer ontbonden worden. Wanneer dit mijne meening was geweest, had de politieke .toestand eenigszins anders komen te staan. Dan had ik moeten zeggen: ik kan het Kabinet niet vormen, of anders aan H. M. de Koningin eerbiedig in overweging moeten geven de Kamer te ontbinden, omdat, indien niemand anders kon optreden dan de rechterzijde en die met de Kamer niet kon regeeren, de zaak dan niet zou loopen.

pit was mijn meening niet. Ik heb mij afgevraagd: „Liggen niet juist onderwerpen voor de hand, waaromtrent ik met de Kamer wel kan samenwerken?" 'Wij hadden ons op dat oogenblik slechts te beperken tot deze vraag. Toen kwam ik tot de conclusie, dat de aard van de zaak medebracht, die onderwerpen ter hand te nemen en dat er daarom met het oog op de samenstelling der Kamer geen reden was om te méenen dat het Kabinet niet kon optreden.

Er kwam dus een/Kabinet van rechts, zich aandienende als zoodanig, en dat meende met de Kamer, zooals die was samengesteld, op het oogenblik te kunnen samenwerken. Ziedaar de eenvoudige constructie waarin men zich bevond.

Het Kabinet diende zich ook aan als een Kabinet vajl rechts met ondubbelzinnige woordenkeus. Het verklaarde, dat het wenschte 't bewind te voeren overeenkomstig de beginselen, levende in de partijen der rechterzijde.

„Wij hebben ons verplicht geacht de roeping te aanvaarden om het bewind te voeren, en'wel overeenkomstig de beginselen, levende in de partijen der rechterzijde.

Wij oordeelden ons aan die taak niet te mogen onttrekken, nu de

Sluiten