Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des lands zou speciaal overleg' met de overzijde noodzakelijk kunnen maken; buitendien moet de: politiek der rechterzijde steeds een nationale politiek zijn, die niet noodeloos andersdenkenden verbittert, maar de onderlinge band moet in de rechterzijde worden bewaard, opdat z;i als coalitie streve naar de oplossing der politieke vragen van den dag, ook die aangaande het kiesrecht.

„Tegen de poging om onder de leus dat de juiste politieke tegenstelling is van vooruitstrevenden tegen conservatieven, de rechterzijde of de partijen in de rechterzijde te verdeelen, blijf ik, wat mij aangaat, waarschuwen. Van de hartstochten die daarmede zouden worden ontketend, geven Velen zich, naar het schijnt, geen. rekenschap. De ontbinding der rechterzijde zou beteekenen het- machteloos maken van den Christelijken geest, die haar behoort te bezielen tot verzoening der maatschappelijke tegenstellingen.

,,Ik wensch niet te staan aan do zijde der vooruitstrevenden die voortgedreven worden op theorieën, ijler clan de wind, en niet aan de zijde der conservatieven, diet blijven zitten achter de muren hunner vesting. Ik wensch, dat wij, de grondslagen, en dat zijn nog grootendeels de Christelijke grondslagen, van Staat en Maatschappij behoudende en bevestigende, arbeiden aan den waren vooruitgang ook bij de wisselende gedaanten der tijden. Ik wensch, dat wij, het Christelijk geloof als eerste richtsnoer ook in de staatkunde erkennende. ons dit niet laten ontnemen, do.cli tevens dat men gevoele. hoezeer het ons daarbij te doen is om den godsdienstvrede te bewaren, ja zelfs, hoezeer wij overtuigd zijn, dat dit beginsel daartoe den waren grondslag biedt.

,.Zoo is, naar ik meen, de roeping der anti-revolutioniare partij, en zoo zal. naar ik hoop en vertrouw, de vereenigde rechterzijde haar taak blijven opvatten, straks als wij met het oog op Grondwetsherziening en de kiesrechthervormiiig gezamenlijk stelling hebben te nemen, thans nu wij nog eenige zaken, naar ik hoop niet van bedenkelijken aard, met het Kabinet hebben te behandelen."

Aan die woorden van mij behoefde men natuurlijk geen bijzondere aandacht 'te schenken, maar na mijn optreden als formateur va,n dit Kabinet heeft men toch gesnuffeld in hetgeen ik hier en daar gezegd heb, en dan is het toch wel eenigszins vreemd, dat men oök niet eens deze passage heeft gevonden; dat men er niet door getroffen is, dat daar van a tot z, tot in ieder onderdeel, de trekken zijn geteekend van mijn politieke bedoelingen en van de politieke bedoelingen van dit Kabinet.

Daarmede is dan ook te kennen gegeven, wat bedoeld wordt met de rechterzijde, de thesis van de rechterzijde en de toepassing van de vereenigde thesis van de rechterzijde.

"Wel geef ik toe, dat er een van de geachte afgevaardigden, die liet woord voerden, is, die daar niet tevreden mede kan zijn, namelijk de geachte afgevaardigde uit Amsterdam III. Want die wil den strijd tusschen arbeid en kapitaal, die wil geen verzoening van maatschappelijke tegenstellingen en ik kan mij dus begrijpen, dat hij zich verzet tegen een Kabinet, dat in zijn grondgedachte van die verzoening uitgaat. Maar dat er voor andere leden reden zou zijn zich er over te beklagen — zij behoeven er zich natuurlijk niet mee te vereenigen — en zich te ergeren als dit wordt uitgesproken, en met volkomen miskenning van de waarheid recht daartegen in toch te spreken van de antithese, dat moet ik ten eenenmale betwisten. De lieeren hebben daartoe niet het geringste moreële recht.

Alleen de geachte afgevaardigde uit Groningen, de heer Drucker — ik moet het erkennen — wijst wederom op een andere tegenstelling, namelijk die tusschen conservatieven en vooruitstrevenden, en

Sluiten