Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bladz. 6 der Memorie van Antwoord daarover handelt, is inderdaad een aanleiding tot misverstand. De redactie is zoodanig, dat het te begrijpen is, dat men dien indruk gekregen heeft,, maar toch is die indruk niet juist.

In dien passus staat:

..Het ligt voor de hand, dat bij de omvangrijke taak, die op het gebied der verzekering op het Departement rust, de bewerking der Invaliditeitsverzekering op den achtergrond staat, totdat de andere ontwerpen gereed zijn gekomen. Met eenvoudige uitbreiding va.n personeel is dit niet te veranderen, vooral ook. omdat, wil men de noodige aansluiting aanbrengen tussehen de verschillende takken v.an Arbeidersverzekering, liet noodig is bij het ontwerpen der Invaliditeitsverzekering in het oog te hebben de organisaties voor Ongevallen- en Ziekteverzekering in werking en de beginselen, waardoor beider regeling wordt beheerscht, De Invaliditeitsverzekering zal voor een deel cle taak der beide a.ndere verzekeringen hebben over te nemen, ^anderdeels die hebben aan te vullen."

Er wordt dus in de eerste plaats gezegd, dat die bewerking op den achtergrond is geschoven, totdat de andere onderwerpen gereed zijn gekomen en dan, dat men bij het ontwerpen in het oog moet houden de organisatie voor Ongevallen- en Ziekteverzekering in werking. Dit is. te goeder trouw, opgevat alsof die organisaties in werking moeten zijn op het ©ogenblik dat men aan de Invaliditeitsverzekering gaat arbeiden; bedoeld is echter, dat men het oog zou hebben op die organisatiën die in werking zullen komen, die ontworpen zijn en bestemd zijn om in werking te treden. Dat is de bedoeling geweest van den Minister van Landbouw toen hij dezen passus redigeerde.

Die bewerking van de Invaliditeitsverzekering blijft- op den achtergrond tot de andere ontwerpen gereed zijn gekomen. Dan zal die bewerking op den voorgrond komen en zal er geregeld mede worden voortgegaan. De Invaliditeitsverzekering wordt dus niet tot dat verre verschiet verschoven, gelijk door de geachte afgevaardigden gemeend is.

Ei'u kort woord over de grondwetsherziening en het kiesrecht. De geachte afgevaardigde uit Enkhuizen meende, dat hier strijd was tussehen hetgeen in de Memorie! van Antwoord staat en in de Regeeringsverklaring, volgens welke de Regeering een onderzoek heeft toegezegd. Dit is niet gedaan, zegt hij. maar verschoven tot een latere periode. Er staat in de rede van 10 Maart: ,,De Regeering acht de tegenwoordige parlementaire periode te ver gevorderd om te pogen liet vraagstuk der grondwetsherziening, dat in ieder geval een nader onderzoek vereischt, binnen deze periode nog tot oplossing te brengen."

Ik heb dus niet toegezegd een onderzoek in deze periode. Ik heb gezegd, dat ik niet zou pogen de zaak binnen deze periode tot oplossing te brengen, en dat zij een nader onderzoek verëischte. Het is nimmer de bedoeling der Regeering geweest, dat dit onderzoek nu zou plaats vinden.

Of het Kabinet na de verkiezingen van 1909 zich hier zal bevinden, zal de ondervinding moeten leeren. Desgevraagd heeft het Kabinet in cue onderstelling* verklaard, dat dan liet onderzoek, dat. aan grondwetsherziening vooraf moet gaan, geboden is.

Ik wil eerlijk zeggen, dat ik dat onderzoek thans niet ter hand wenscli te nemen, zoolang ik niet weet of ik hier blijf. Dit is de eenvoudige reden; om iets degelijks tot stand te brengen, doet men geen werk, dat onvruchtbaar moet zijn, zoolang men geen vasten grond onder de voeten heeft; in. a. w. zoolang men niet weet, om het huiselijk uit te drukken, of men hier blijft.

Sluiten