Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit toch eens uit. En zoodra wij het uitlegden, zeide men: wat zijt gij toch onverdraagzaam; gij_ brengt de antithese in het volk.

Nu dunkt mij, dat dit' Kabinet zich bij zijn optreden zeer duidelijk heeft uitgesproken. De heer Heemskerk heeft gezegd te zullen uitgaan van „de beginselen levende in de rechterzijde".

Ik wensch te vragen, wat; kunnen dit anders zijn, dan de beginselen, waarvoor de rechterzijde altijd openlijk is uitgekomen? Hut zijn de Christelijke beginselen; zooa-ls de rechterzijde die verstaat. Het spreekt vanzelf, dat de linkerzijde ook wel kan beweren Christelijke beginselen te belijden, maar zü hecht daaraan een andere beteekenis. Ieder die Hollandsch verstaat, weet, wat wij onder Christelijke beginselen verstaan. Voor mij was dus de bedoeling van die eerste rede, door dit Kabinet gehouden, volkomen duidelijk en ondubbelzinnig, vooral met het oog' op deze Ministers, die ik'jaren lang ken, met wie ik jaren lang persoonlijk heb omgegaan. In hun mond kunnen die woorden niet dubbelzinnig zijn.

De bedoeling van die woorden was duidelijk, n.1. dat hier optrad niet een Kabinet van links, maar beslist een Kabinet van rechts. Dit lag in die woorden en het ligt er nog in.

Het is derhalve niet een tusschen-Kabinet, gelijk sommigen misschien verwacht of gehoopt hadden, een Kabinet wat nochhet een. noch het ander is, neen, het Kabinet zegt, ik ben een Kabinet van rechts, ik leef uit de beginselen der rechterzijde. En nu vermoeden sommigen, dat, uit een soort schuchterheid, het Kabinet niet zou hebben durven uitspreken wat het eigenlijk onder Christelijke beginselen verstaat. Ik geloof, dat de rechterzijde van veel kan worden beschuldigd, maar zeer zeker niet van te groote schuchterheid: wij hebben ons nooit ontzien op dit punt ons gevoelen uit te spreken.

Het spreekt vanzelf, dat naar aanleiding van de rede van 12 Maart onmiddellijk van de' overzijde gezegd zou worden: gij zijt kleurloos, gij moet duidelijker spreken, ik moet liet duidelijker kunnen hooren.

Wij zijn een beetje doof, zegt de lieer Thomson. Inderdaad, liet' schijnt wel zoo. Daarom oiok trad de heer,Goeman Borgesius dadelijk op en zeide: zegt het toch eens duidelijker; ik begrijp niet wat oij met uw beginselen bedoelt.

Ik moet hier, Mijnheer de, \ oorzitter. op een bijzonderheid wijzen Wij hebben hier gevoerd een soort van 80-jarigen oorlog; van het'jaar 1830 af tot nu toe; want van dien tijd is de anti-revolutionaire partij opgestaan Welnu, steeds is van de overzijde gezegd: wij begrijpen u niet. Wat wilt gij toch zeggen met uw anti-revolutionaire "beainselen ? Groen heeft men niet begrepen, Kuyper heeft men niet begrepen en de heer Goeman Borgesius begrijpt het ook niet.

Daarom geloof ik, dat het 't verstandigst zal wezen, om er maar niets meer van te zeggen. De heeren begrijpen het toch niet. Eén zaak echter is merkwaardig, dat namelijk het grootste gedeelte van het Nederlandsche volk het heel goed begrepen heeft.

Nu mogen wij echter niet ontkennen, dat aan deze zijde bij sommigen ook een zekere ongerustheid is ontstaan over de wijze waarop het- Kabinet , zich heeft uitgesproken.

Men heeft aangedrongen op een meer klinkende belijdenis, zóó dat

ik las dit in een van de bladen — het gansche volk hoort de politieke belijdenis van het Ministerie-Heemskerk.

Het is niet voldoende, dat als het ware terloops, gelijk Minister Heemskerk reeds eenmaal heeft gedaan, toen het'juist in liet verband te pas kwam, een zeer besliste belijdenis omtrent zfeker punt hier wordt uitgesproken; neen, ge moet het zoo uitspreken, dat het ge^ieele volk u verstaat en hoort; dan Staan de mannen uit Clïris-

Sluiten