Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen de verklaring van Maart en de Memorie van Antwoord precies hetzelfde.

Nu heeft men mij toegevoegd, dat ik zelf op 11 Maart, heb gezegd, dat dit Kabinet kleurloos was, maar dat moet ik even rectificeeren. Ik heb gezegd op 11 Maart:

„Ik beschouw dit Kabinet! niet als een, tfa-t nu juist is opgetreden met het doel om andere beginselen te verdedigen dan het vorig Kabinet, want ik erken, dat het vorig Kabinet zeer veel zaken gedaan heeft, die tamelijk wel overeenkomen met de politiek, welke aan onze zijde beleden wordt; wat dan ook juist een van de redenen was, waarom de heer. Van Houten . dat Kabinet heeft aangevallen; want naar zijn inzien was het te clericaal."

Dat rekenen met de rechterzijde was dus juist 'het goede dat ik in het vorige Kabinet zag, en in zooverre kon ik dus, niet zeggen, dat dit Ministerie was opgetreden om te bestrijden wat het vorige Kabinet had gedaan. Ik wees er op,' dat de Minister De Meester en ook vroeger de Minister Borgesius op principieele punten met onze inzichten hebben gerekend. Daarom hebben zij geen aanleiding gegeven op dien grond te dringen tot vervanging, en het Kabinet-De Meester is dan ook niet gevallen ten gevolge van een strijd op die beginsel-quaesties, maar ten gevolge van een geheel anderen strijd, die daarmede volstrekt niets te maken had.

Er is', dus, dat blijf ik volhouden, aan onze zijde volkomen eenheid. Aan de rechterzijde bestaat, zoover ik kan zien, geen verschil van gevoelen omtrent de beginselen van dit Kabinet, en toen gisteren de heer Van Dedem gezegd heeft, dat het immers onmogelijk zou zijn, dat dr. Ivuyper zou optreden in dit Kabinet, omdat dan alles uit elkaar zou "barsten, heeft hij, dunkt mij, gezegd een zeer eenvoudige waarheid, die met beginselen volstrekt niets te maken heeft, maar enkel en'alleen met personen. Dat is toch zooi duidelijk mogelijk.. Ik zou wel willen weten hoe de heeren zich voorstellen, dat dit Kabinet zou moeten optreden om' plaats te maken voor een Kabinet met een anderen premier. Dan moet toch eerst deze premier verdwijnen en die heeft daar waarschijnlijk geen plan op. Als er twee premiers konden zijn in één Kabinet, ja, dan wa.s het wat anders, maar de heer Van Dedem dacht, dat dat niet kon.

De geachte afgevaardigde uit Tiel, de heer Tydeman, heeft gezegd, dat op 12 Maart was vernomen een aangenaam geluid. Dat zou 'nu veranderd zijn. Ja,, na. 12 Maart zijn er wel eenigc dissonanten gehoord, maar gelukkig hebben de verschillende klanken en dissonanten zich opgelost in een zuiver accoord, en daarom zijn wij nu tevreden. De vrede is verkregen niet door verandering of wijziging van beginselen, maar door opheffing van eenig misverstand.

Ik stap nu van deze quaestie af. Maar daar ik meer mag divageeren dan een Kabinet, mag ik ook wel een paar opmerkingen maken over de antithese zelf. In elk gesprek moet men duidelijk zeggen wat men met zijn woorden bedoelt. Als ik spreek van de antithese, dan versta ik daaronder niet de tegenstelling tusschen geloovigen en ongeloovigen, maar alleen het al of niet'erkennen, dat de Christelijke godsdienst het fundament is van onze begrippen van zedelijkheid en recht, en daarom ook op staatkundig, op politiek terrein de grootste beteekenis heeft, zoodat met hare beginselen steeds rekening moet worden gehouden. Onder Christelijken godsdienst^ versta ik dien, waarvan het wezen geopenbaard is in de Heilige Schrift, waarmede dus door allen die het land besturen, rekening behoort te worden gehouden. •

Ik beweer dus niet, dat wij een politiek systeem hebben, waarnaar gisteren nog de heer Troelstra ons gevraagd heeft. De Schrift

Sluiten