Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tasieën, die nog niet in behandeling zijn gekomen, en dan nog de mijnwet-Van Kol!

Zijn nu inderdaad de sociaal-democraten zoo krachtig, als gisteren de heer Troelstra ons wilde doen gelooven? Ik kan het niet inzien en daarom zèg ik — wanneer ik let op de antithese, zooals ik die het laatst heb gesteld — tot de leden1 van de overzijde, niet dat zij uit' vrees voor tijdelijke belangen bij, ons zullen komen, want wij verlangen niet, dat men van de overzijde tot ons komt; (zoolang men niet werkelijk overtuigd! is van het groote belang, dat de Christelijke godsdienst heeft voor de geheele> maatschappij, moet men niet bij ons komen); maar dat zij, indien zij gedwongen worden op een gegeven oogenblik te kiezen tusschen twee kwaden, tusschen Marx*en zijn satellieten en ons, goed zullen doen geus te overdenken, welke antithese van de twee zij het verderfelijkst a,abten.

Nu heeft de geachte afgevaardigde uit Tiel zifh rede geëindigd met te zeggen, niet tot ons natuurlijk, maar tot degenen, die buiten de Kamer staan, stemt op ons, want het eenige middel 0111 het Ministerie in het goede spoor te houden is te zorgen, dat de meerderheid links blijft.

Dit herinnert mij aan hetgeen eens ons hooggeacht, thans heengegaan, medelid, de heer Gleichman, vóór 1889 ons toevoegde. Hij zeide tot de rechterzijde: wanneer gij aan het bewind komt, zal binnenkort tusschen u de grootste strijd ontstaan, maar we'est daarvoor niet bevreesd; de liberaler, zijn er nog 0111 te zorgen, dat de zaken weer komen in het rechte spoor.

Nu is het altijd genoegelijk voor ons te weten, dat wij zoo gerust kunnen zijn, want dat altijd zekere tuteele over ons wordt uitgeoefend.

Ik heb mij echter afgevraagd, of er in die woorden van den geacliten afgevaardigde uit: Tiel soms een zekere zelfcritiek lag; heeft hij misschien willen zeggen, dat de liberale meerderheid nog wel in staat is critiek uit te oeftenen, maar onmachtig om te regeeren; laat derhalve de minderheid het land regeeren en laat ons öphaar toezien; verder reikt onze kracht niet?

Eenzelfde oproep aan de kiezers is uitgebracht door den heer Troelstra Ook hij heeft hun .toegeroepen - men houdt veel van de kiezers — komt tot ons! Maar - en dit begrijp ik heelenianl niet — stemt in ieder geval, als het er op aankomt, in geen geval rechts, maar Jinks. Eerst evenwel heeft hij ons ibetoogd, dat tusschen rechts en links volstrekt geen verischil bestaat; dat er nooit sprake van kan zijn van toepassen van Christelijke beginselen. Welnu, als dit ZOO is, wat kaai het hem dan schelen, of er eeii rechtsche daai wel linksche meerderheid komt?

Dit begrijp ik niet. Waarom moet men - als men' in tw'ijfel verkeert — in elk geval bij links zich, aansluiten, ook al koiht men niet bij den heer Troelstra terecht. ' „

De heer Troelstra: Links moet ook ih. de minderheid blijven.

De heer De Savornin L oh man: Dat kan ik niet in overeenstemming brengen met hetgeen de geachte afgevaardigde gisteren eerst gezegd heeft, namelijk, dat) wij aan deze zijde niets meenen van hetgeen wij zeggen en dat onze geheele politiek op een valsche - basis steunt, want dat er tusschen ons en <1 ö anderen geen principieel verschil bestaat. Ik heb mij echter afgevraagd of er misschien in het allerdiepste van zijn hart misschien zekere haat is tegen den persoon, waarover hij zich gisteren op onwaardige wijze heeft uitgelaten.

Sluiten