Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitfpuwde, terwijl het in het binnenfte nog gruwelijker kraakt en rateld. De over het zoo geheel mislukte getuigenverhoor, geheel verlegen en verwarde hoogeraad, dacht wel niets anders, dan door den ontzaggelijkften nood gedrongen , Hem vrij te fpreken en vrij te laten, gelijk het de wet eischt; dan, daartoe onmogelijk kunnende befluiten, en nogtans geenen anderen uitweg ziende, zoo bevond men zich ten einde.

Evenwel, zijt gerust, gij gemeene boosdoeners, wier boosheid in uw beperkt verltand, in uwe meer dan dierlijke domheid hare aangewezen perken vindt; zijt gerust, gij gemeene lieden onder de vijanden der waarheid, gij, die wegens uw beperkte kop en wegens gebrek aan fcherpzinnigheid, Hechts op eene lompe wijze verftaat te beftrijden. \\ aar uw raad ten einde is, daar is het toch met uwen Prefident niet alzoo. Men vindt koppen, meer ge» flepen dan gij, die met hunne boosheid ook meer listigheid weten te zamen te knopen, en het boze met meer gemanierdheid verliaan uit te oefenen, dan gij domme ezels! De hoogeraad was zoo gelukkig, in den hoogwaardigen peifoon des hoogepriesters eenen, dezer vergadering waardigen Prefident te bezitten, die zich in deze netelige zaak zoo geheel in den glans, of iaat ik liever zeggen: in dat onweder, zijner geflepen boosheid openbaart, die daar de voortreffelijkfte wapenen weet voort te brengen, waar gewone boosdoeners het geweer moeten nederleggen, die naast het doel, ook alle middelen listig weet te berekenen. Zoo vindt men lieden, die gansch ongeflepen de waarheid beltrijden, en daardoor eiken verltandigen tegen hen in het harnas jagen; anderen vangen het geflepener aan, en deze veroorzaken ook veel meer kwaad.

Deze hooge Eminens iiaat op. Met hem gewis alle acht en zestig raadsheeren, zoo als het betaamde. Aller oogen zijn op dezen geëerbiedigden en gevreesden en gehaten, op den trotfchen, magtigen en toornigen voorzitter

van

Sluiten