Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest en wilde dragen en lijden. Hij ftond daar gelijk eene rots in het midden der zee, onbewegelijk vast, den voet in het onweder, het hoofd in den zonnefchijn. Hij zweeg, om zijns volks wille; opdat hetzelve Hem ook aan dat ftilzwijgen als dengene kenne, op wien God al onze misdaden wierp, die om onzer ongeregtigheidwille verwond werd; dewijl Hij uitdrukkelijk als de zoodanige wordt befchreven, die verftomde, die zijnen mond niet voor zijne fcheerders opende. Hij mag zwijgen of fpreken, zijne gemeente weet, wat zij aan Hem heeft, namelijk: haren Borg en Plaatsbekleeder. Hij zweeg; maarziin geest riep en bad zooveel te meer, te heviger en onophoudelijker tot God, zoo als ons de 22® en 6pe Pfalm leeren, en dat wel, niet zoo zeer voor zich zeiven, maar voor degenen, die de Vader Hem had gegeven, in wier plaats Hij in het gerigt ftond, om hunne onnoemelijke fchuld, tot den laatften penning te betalen. Deze vertegenwoordigde Hij hier en bad hen door alles door, Hij Helde zich alzoo voor hen in de fcheure. Zijn gebed ging door en redde, en verlost bij voortduring.

Hij zweeg, terwijl Hij zich in den geest als voor het gerigt der allerheiliglten, Goddelijke Majesteit, als Plaatsbekleeder der uitverkorenen ftaande, befchouwde. Zij moeten ten allen tijde belijden, dat zij op duizend niet één vermogen te antwoorden. Zij moeten uitroepen: Heere! zoo Gij wilt zonde toerekenen, wie zal beftaan? Jezus was rein van alle eigen zonde ; maar zoo veel te grooter en verfchrikkelijker was de fchuld f die dezen Heiligen en onfchuldigen door God werd toegerekend; dewijl Hij het Lam Gods was, dat de zonde der wereld droeg op het hout. Moesten zij, indien zij, voor het gerigt werden gefteld en daar naar orde en wet onderzocht, en de getuigen behoorlijk gehoord werden, op eene verfchrik» kelijke wijze verltommen — zoo verftomde Hij voor hen, om hen van de grootfte ellende te verlosfcu.

Hij

Sluiten