Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn wij regters, die in Pf: a, worden vermaand: wtjs te worden, verftand aan te nemen en den Zoon te kusfen, opdat Hij niet toorne ? zijt Gij die Held, van wien J akob getuigt, dat Hem de volkeren zouden aanhangen? moet zich alzoo onze ganfche handelwijze, als dezelve een goed einde zal bereiken, met den diepften eerbied voor U en de hoogde huldiging van Uwen perfoon, fluiten? moesten wij billijk de eerflen zijn, die U aanbidden, op de aarde nedervallen en uitroepen: „ Mijn Heer en mijn God!" en U, aan het volk, als dengene voorttellen, die komen zal; openbaar verkondigende: wij hebben Hem gevonden , van welken Mozes in de wet en alle profeten hebben gefproken, en de tteden van Juda aanzeggen: ziet! daar is uw God! dat is de Heer, dien gij zoekt, en de Engel des verbonds, dien gij begeert; Hij is gekomen, tot dezen tweeden tempel, en heeft daardoor de heerlijkheid dezes huizes grooter doen worden, dan die, des eerften^* zoo als de Heere heeft beloofd.

Zoo veel en nog veel meer, lag in die groote vraag, welke de hoogepriester op den ambtelijken weg en krachtdragende waardigheid, Jezus ter beantwoording voorlegde , en Hem tot eenen plegtigen eed opeischte. Maar helaas! in deze vraag lag niet de minde vonk van leergierigheid of liefde tot de waarheid opgefloten. Och neen! was dat het geval geweest, dan hadden zij het geflachtregister van J e z u s en zijne geboorteplaats, kunnen nagaan, of Hij wezenlijk in Galika of in Bethlehem geboren, of Hij uit den ftam van Juda en uit het koninklijke huis Davïds was of niet. Het ftond bij hen reeds beflisfend vast, als of zij van hunne kennis, over den perfoon van Jezus, die zij, naar hun gedrag openbaar maakten, dat Hij noch de Zone Gods, noch de Mesfias was. Zij waren in dat ongeloof reeds lange dermaten verzonken en gekluisterd, dat het bij hen beflisfend en onveranderlijk vast ftond: Jezus moest een valfche profeet zijn, hoewei

Sluiten