Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Isten Woensdag in de maand Julij (arl. 59). Daar nu, wanneer het houden eener buitengewone Synode noodig is, deleden der laatstgehoudene Vergadering (ibid.) worden opgeroepen, zoo kan hunne benoeming geacht worden, te geschieden voor den tijd van een jaar.

(4) Die dan optreedt als gewoon lid (art. 6).

<5) Verg. art. 56.

Art. 6.

Aan elk der leden van de besturen boven den Kerkeraad wordt een secundus toegevoegd, die de vereischten beeft om als lid op te treden (1).

Bij tijdelijke ontstentenis van den primus treedt de secundus voor hem op als gewoon lid.

Bij aftreding tusschentijds van den primus, wordt de secundus gewoon lid, gedurende den diensttijd van den primus (2).

De secundus van den secretaris of scriba vervangt alleen in het laatste geval den secretaris of scriba in zijne bijzondere betrekking.

Als een secundus gewoon lid geworden is, verkiest de eerstvolgende vergadering van het bevoegde collegie een ander tot zijn secundus.

(1) De vraag, die naar aanleiding van art. 32 van het Gew. A. R was opgekomen, of een secundus bij een Cl. B. tot secundus bij een Prov. K. zou mogen benoemd worden, was door de Algemeene Synodale Commissie, in hare aanschrijving aan de Classikale Besturen van 22 Nov. 1850, toestemmend beantwoord; verklarende zij, dat indien elk , die lid van een Cl. B. is geweest, tot lid van een Prov. K. kan benoemd worden , datzelfde ook behoort te gelden van de secundi. Hieruit zou echter kunnen voortvloeijen, dat zulk een secundus , bij ontstentenis van zijn primus, in dat Kerkbestuur optrad, zonder immer als lid van een kerkelijk collegie boven den Kerkeraad, werkzaam te zijn geweest. Vordert nu dit art. in de secundi de vereischten, om al» lid te kunnen optreden , art. 5, hetwelk in de derde alinea

Sluiten