Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen aan de (.lassikale en Provinciale Besturen, onder goedkeuring, wat verandering betreft, van het Provinciaal Kerkbestuur of van de Synode. Bij Z. ,M. B. intusschen wordt sub. 7°. bepaald, datgeene verandering van jurisdictie of begrenzing, hetzij van Kerkelijke besturen, hetzij van Kerkelijke gemeenten, zal kunnen worden lot stand gebragt, zonder 's Konings goedkeuring. — Over verandering in de ringsverdeeling zie art. 26, en over die in de grenzen der Classen art. 35.

(2) Meermalen heeft het geval zich voorgedaan, dat lidmaten, die zich in eenige gemeente met der woon hadden nedergezet, zonder hunne lidmaats-attestatie te hebben ingeleverd, tot kerkelijke bedieningen benoemd werden. Het is hier bepaaldelijk aangewezen, dat de leden des Kerkeraads door lidmaatschap behooren verbonden te zijn aan die gemeente, in welke zij als zoodanig dienen.

<

EERSTE AFDEELING.

De Kerker aden.

Art/ 18.

In alle gemeenten, waar het personeel daartoe niet ontbreekt , zal een Kerkeraad zijn.

Gemeenten, die, door gebrek aan genoegzaam geschikt en gewillig personeel, geen Kerkeraad kunnen hebben, zijn geplaatst onder het toezigt van het Classikaal Bestuur, hetwelk met den predikant, of bij vacature met den consulent , doen zal, wat des Kerkeraads is. (1)

<1) Wanneer in zoodanig geval het Cl. B., doende wat des Kerkeraads is, over de belangen der gemeente handelt, heeft de predikant, of bij vacature de consulent, in de vergaderingen ad hoe zitting als praeses. H. S. 1845, bl. 95, 1851, bi. 54.

Art. 19.

De Kerkeraad wordt onderscheiden in algemeenen en bijzonderen.

De algemeene, die in alle gemeenten, grootere of klei-

Sluiten