Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omtrent de administratie der bijzondere kerk-, pastorij-, custorij- en andere gemeentefondsen, en de betrekking tusschen derzelver bestuurders en de Kerkeraden zullen nadere bepalingen worden ontworpen (2).

(1) Tot welke behooren de Algemeene Classikale kas. de Algemeene Synodale Weduwenbeurs en het Fonds voor noodlijdende kerken en personen.

(2) In de eerste en tweede bepaling van Z. M. B. komt voor, dat, in verband tot de in het reglement voorkomende bepalingen omtrent de magt, bevoegdheid of roeping der Synode en Synodale Commissie, of van andere Collegiën van Kerkelijk Bestuur, 'sKonings bekrachtiging niet zal kunnen worden opgevat als eene erkenning van het regt des Kerkbestuurs tot eenige uitbreiding van gezag of bevoegdheid, welke niet zou kunnen worden overeengebragt met het beginsel, tot grondslag van het herzieningswerk gelegd; — dat bij name het vaststellen van bepalingen omtrent de administratie der bijzondere kerk-, pastorij-, kosterij- en andere gemeente-fondsen en goederen, niet kan geacht worden daardoor als eene bevoegdheid der Synode te zijn erkend.

In eene Min. Disp. van 1 Julij 1842 leest men , dat alle veranderingen in de bestaande Kerkorde voortaan alleen van de kerk kunnen uitgaan, en dus derzelver Hoogste Vergadering uitsluitend bevoegd is , om, indien zulks noodig mogt bevonden worden , volgens de bestaande Reglementen, de vereischte maatregelen te nemen; of ook, wanneer het belang der Kerk veranderingen dier Reglementen vordert , daartoe na rijp beraad en wettig kerkelijk overleg , te besluiten, buiten eenigen invloed der Hooge Regering, die wanneer hare bekrachtiging daarop vervolgens gevorderd werd, alleen zou hebben toe te zien, dat daarbij niets toegelaten wierd, strijdig met de Grondwet of met de rust en veiligheid van den Staat.

Was de Synode buiten staat, om het beheer dier fondsen kerkelijk te regelen, toch heeft zij hare overtuiging uitgesproken, dat het regt daartoe der Kerke toebehoort. Over dat regt, — ook over het hoog belang , dat de Kerk bij de uitoefening daarvan heeft, — zie men pape , Aant. op het O. G. A. R.

Sluiten