Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor ons als zinnelijke schepselen in vele opzigten duister. De dwalingen, die wij bestrijden moeten, zijn veelzijdig,' en worden door hare verdedigers, dikwerf zeer behendig in het kleed van waarheid gehuld ; voor het oppervlakkige oog met schijnbaar geldige bewijze gestaafd, of als bijzaken van weinig gewigt vermomd. En wij, die ten strijde geroepen worden, zijn \an nature zoo blind, en vaak ook verstandelijk zoo onkundig in \ele waarheden, en laten ons ligt door inmenging van ons bedorven vleesch, zucht naar eer, voordeel of eigengeregtigheid, of wel door vooroordeelen, wraak- of overdrijvingszucht en andere verkeerdheden van het regte pad afvoeren.

Doch is die vraag moeijelijk, zij is daarom niet minder gewigtig. Ja! zij is dit te meer, naar mate de moeijelijkheid om regt te strijden grooter is. Immers juist daardoor laten velen, uit onzekerheid wat te doen, den strijd na; terwijl anderen wel strijden , maar, of verkeerde wapens, of goede wapens verkeerd gebruiken. En het gevolg daarvan is, dat veler strijd weinig of geen vrucht, ja, vaak nadeel toebrengt aan de zaak der waarheid, waarvoor zij, ook misschien met opregtheid , wenschen te staan.

Wij mogen dus op toestemming rekenen, wanneer wij zeggen, dat elke, eenigzins doeltreffende proef ter beantwoording dier vraag, van hoog belang moet geacht worden.

Van dit belang overtuigd, wenschten wij reeds lang ook in dit blad een antwoord van eene eenigzins bevoegde hand te lezen , om tot bestuur en stof voor verder nadenken en biddend onderzoek te leiden. Ook van anderen hoorden wij dien wensch uitspreken. Maar hij bleef, met uitzondering van enkele kleinere stukjes, over het geheel tot heden onvervuld. Ook wij zeiven dachten er reeds sedert lang over; maar de_ overweging van onze geringe krachten, eigene duisterheid op vele punten, het bezwaar van zoovele» te moeten tegenspreken, die wij overigens als broeders liefhebben, en de moeijelijkheden daaraan verbonden, deden ons tot heden voor cle uitvoering terug deinzen. Eindelijk konden wij de inwendige roepstem van verpligting niet langer wederstaan. Het telkens wederzien van zooveel nadeel, door verkeerd strijden aan de zaak van Gods dierbare waarheid vaak toegebragt, en het hooge belang van eenig bestuur in dezen, dringen ons om eene proef te nemen. Ons doel daarbij is niet om alles stellig te beslissen; wij weten te goed hoezeer wij zeiven vatbaar zijn voor mis-

Sluiten