Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

berusten in een bloot verstandsgeloof, en dus tot valsche gronden, en is zeer gevaarlijk.

Maar indien men bij de eerste opvatting het vrije aanbod van Gods genade in kracht vasthoudt, en bij de tweede, dat het geloof geene vrucht is van 's menschen akker, maar dat het ook in zijn aanvang het werk is van den Heiligen Geest, en ook de vrucht van Christus verdienste; dan is geen van beide opvattingen in eigenlijken strijd met de Kerkleer,1) en dan maakt het geen wezenlijken invloed op de eere Gods, de beoefening der Godzaligheid, en des Christens troost. Gevolg is: wanneer men om dit verschil, in laatstgenoemden zin opgevat, elkander tegenstaat, liefdeloos veroordeelt, en de strijdkrachten breekt, dan handelt men tegen 's Konings eer, het heil van 's Heeren Kerk, het belang van Zijne waarheid en van onzen strijd, en begaat dus, ook al meent men misschien God te verheerlijken, inderdaad groote zonde.

4. Het vierde verschil, waarop wij het oog vestigen, betreft de zoogenaamde „ Evangelische Gezangen", in de Hervormde Kerk in gebruik.

Zijn deze Gezangen volgens velen on-Evangelisch, algemeen , te hoog, tot valsche gronden leidende, verkeerd door dwang ingevoerd enz., en dus hoogelijk af te keuren ; andere oordeelen, dat zij, volgens de onderteekening in de daar-

') In de Dordsche regels Hoofdst. IT wordt alleen veroordeeld eene algemeenheid in den eerstgenoemden Kemonstrantschen zin ; en ook daar wordt nog niet gezegd, dat Christus leed alleen voor de zonden der uitverkorenen; maar alleen Art. 8 geleerd, dat de levende- en zaligmakende uitwerking van Christus dood , het krachtdadig vrijkoopen , met het geloof beschenken , enz. alleen bepaald blijft tot de van eeuwigheid vrijmagtig ten leven uitverkorenen. En hier tegen zullen zich , naar wij meenen , ook de voorstanders van algemeene genade in den laatsten zin niet bepaald willen verzetten, terwijl deze laatste zich tevens kunnen beroepen op het //dragen van Gods toorn tegen de zonden van het gansche menschelijk geslacht. Catech. Vr. 37. Met droefheid moesten wij vaak opmerken, dat zoo veel liefdeloos veroordeel alleen daaruit voortvloeide, dat het hemelbreed verschil tusschen het zoogenoemde «algemeen zijn « in den eersten en den laatsten zin , door gebrek aan kennis, niet werd ingezien. Overigens zal de lezer zelf gevoelen , dat het hier de plaats niet is om het verschil zelf in bijzonderheden te kenmerken , verder dan ons doel noodwendig vereischt.

Sluiten