Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan een ander hier ook zeer passend beeld van de werkin rider onderscheidene leden, elk op zijne plaats in het liVchaam^ 1 Cor. 12.

Wij hebben er, geliefde lezers! iets van gezien, hoe gebrek aan Koningsliefde ook de liefde onderling verzwakt. Wij hebben daarin de bron gevonden van zoo veel onverloochendheid , zelfbedoeling , vooroordeel en bitterheid , die tot Gods oneer en verdeeling der strijdkrachten leiden. Wij toonden in enkele voorbeelden aan , hoe zich de werking van die gemoedsstemming vaak in eene menigte van geschillen en twisten over bijzaken allertreurigst openbaart. Wij hopen bewezen te hebben , hoe veel, uit het genoemde, alleen ware standpunt van den strijder beschouwd , den naam van zonde moet dragen , dat door velen tot heden als een deel van des strijders roeping werd aangemerkt. En dient dit laatste in zeker opzigt tot eenige verzachting der zonde (als daden van onwetendheid), aan den anderen kant wordt de genezing der kwaal daardoor juist te moeijelijker. Wij toonden toch reeds straks, dat wij gevoelden , hoe ligt hij, die genezing beproeft, daardoor (in plaats van zijn doel te bereiken) zelf onder verdenking of beschuldiging kan geraken van heimelijk de belangen van den vijand te dienen. Maar hebben wij toen verklaard, die vrees te moeten laten zwijgen voor de overtuiging, dat eene verpligting tot spreken roept; dezelfde overtuiging dringt ons ook nu onze lezers, voor al hen, die aan het genoemde gebrek meer bijzonder schuldig zijn, dringend te verzoeken , om biddende het volgende nog te overwegen :

Gij belijdt immers te strijden om en voor 's Konings eer en het heil \an zielen , maar dan inoet dit, gelijk wij reeds telkens zeiden , ook uwe proef zijn; en dan wilt gij toch die belijdenis niet regelregt tegenspreken door een liefdeloozen strijd voor bijzaken, waarvan het gevolg is, dat onze Koning niet geëerd, maar onteerd en door den vijand gelasteid wordt, en dat het zielenheil cn het belang der waarheid niet worden bevorderd, maar benadeeld, en waardoor dus juist het tegendeel van hetgeen gij zegt te zoeken verkregen wordt? Gij zegt: „beter een heilige oorlog, dan een duivelsche vrede", en wij stemmen het toe, en verblijden ons, dat er strijd voor levenswaarheden aanwezig is ; wij wenschten dien zelfs in den regten geest meer: maar is waarlijk de oorlog om die bijzaken heilig, en de vrede duivelsch ? dit meenen wij juist te moeten tegenspreken en in

3

Sluiten