Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontvangen ? of liever, zou zulk een bestaan er wel van zijn vrij te pleiten? Handelen wij daarbij niet, alsof wij slechts ïoeping hadden om te strijden bij hen, die reeds gewonnen zijn, dat is, waar eigenlijk niet meer te strijden Ts ? Heeft dit niet den schijn, alsof onze zaak te zwak is, om bij den tegenstander te worden volgehouden? Wie gaf ons vrijheid, om zoo door daden met Kaïn te zeggen ben ik mijns' broeders hoeder?" dat is: wat gaat mij mijn broeder aan? Inderdaad , zulk strijden en gemeenschap der heiligen oefenen gaat gemakkelijk voor het vleesch; maar is, helaas! een zeer ongeschikte weg om dwalenden te winnen.')

Iloe menigmaal gebeurt het, dat, bij het beoordeelen van predikanten , voordragten of verschijnselen in de Kerk, niet gevraagd wordt naar waarheid, maar dat men blijft hangen in of gaat oordeelen naar bijzaken, eene of andere bijzondere uitdrukking, ofwel slechts vraagt, of het iets ouds of nieuws is. En dat men bij het hooren van een voorstel of gesprek slechts onderzoekt wat er gesteld wordt; terwijl men bijna niet let op de gronden, waarmede die stelling wordt bewezen , waardoor dan van zelf het verwijt, dat wij redeloos zijn, treurig voedsel ontvangt. En eindelijk, dat men vaak op een paar maal hooren van enkele uitdrukkingen, die ons niet bevielen , den spreker voor goed en voor altoos gaat afkeuren, en zich aan zijn gehoor onttrekken, ja! daarin heiligheid zoekt, het met zekeren roem verhaalt , dat men dezen, of genen onzer leeraren, nog nooit of slechts twee of driemaal gehoord heeft, en zich mogelijk ook werkelijk verbeeldt, dat men al zeer getrouw gehandeld heeft

Geen wonder dus, dat men ook zoo dikwijls, wanneer men bij dezen of dien spreker of schrijver iets verkeerds gevoiiden heeft, daarom al wat deze zegt, misschien wel omdat hij het zegt, verwerpt en niet bedenkt, dat hij, die in een punt al dwaalt, daarom in een ander nog wel soms zeer behartigenswaardige wenken kan geven , en dat, zooals'

) Zoo hoorden wij onlangs zeggen van iemand, die sprak over een lieven broeder en medestrijder: //Indien hij zoo vast overtuigd is, dat zijne gevoelens de alleen ware en voor de eeuwigheid volc oenc e z'jn^ dan moest hij niet alleen bij zijne vrienden gaan, maar ook mij en anderen bezoeken om ons daarvoor te winnen.»

" 4aI 's dle beschuldiging ook vaak valseh, met smart moesten wij toestemmen, dat er soms ook maar al te veel waar in is.

Sluiten