Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij straks al opmerkten, de dwaling vaak reactie kan zijn van een kerkgebrek.

Eindelijk zien wij bij den strijd ook maar al te dikwijls werken een doel, niet om den tegenstander te winnen, maar om hem te overwinnen , of te beschamen. Veel te ligt wil menigeen hem uitstooten, en, zonder eerst alle pogingen der ltefde te hebben aangewend, hem als een onrein lid afsnijden. Bij uitersten, zooals wij thans, helaas! in onze Kerk moeten aanschouwen, gelooven ook wij het te moeten betreuren, dat het in de ergste gevallen , bij openlijke en voortgaande verharding en bespotting van de eerste levenswaarheden , niet meer gebeurt. Maar wilden wij thans, ook als wij het konden, elk, die eenige minder of meer gewigtige waarheid loochent of niet genoeg verkondigt, terstond uitsluiten , wij bedenken dan waarlijk niet genoeg , hoezeer wij dan de liefde, ook jegens dwalenden te oefenen, zouden krenken, en welk een onbeschrijfelijken toestand van verwarring , beroering en gruwelen wij zouden te voorschijn roepen. Mogt de Heere zoo oneindig goed zijn, om tot middelijke overtuiging voort te werken , zooals Hij dat door zoo geringe én diep schuldige prediking, schrijven, spreken enz., in de laatste jaren deed, dan had spoedig de dwaling weder haar heerschend aanzien verloren , en hoe oneindig veel beter hervorming zou dit zijn, dan die, welke door menschelijke uitsluiting zou worden teweeg gebragt.

Wij hebben iets genoemd van de gebreken omtrent de vijanden , die in den strijd voor waarheid, door het beginsel van liefde voor de eer van onzen grooten Koning en het heil van zielen worden veroordeeld; maar wij moeten nu nog vragen: lezer! hebt gij aan die genoemde gebreken ook deel; en aan welke van die?

Behoort gij welligt tot het groot getal van hen , die wel verstandelijk van de waarheid overtuigd zijn, maar toch aan den strijd der liefde daarvoor geen deel neemt, en er ook, waar daartoe roeping bestaat, niet voor uitkomt of iets wilt opofferen ; dan moeten wij u bij het reeds vroeger gezegde n°g bij vernieuwing vragen: Hebt gij onzen Koning en Zijne waarheid wel lief? Staan ook deze of die (of wel alle) andere zaken bij u hooger dan die der waarheid ? ^ Hebt gij het wel gevoeld, dat die waarheid levenswaarheid is ? Beseft gij wel'het gevaar voor tijd en eeuwigheid, dat met het verlies van die waarheid verbonden is ? Is het niet de snoodste ontrouw, omtrent zulk een dierbaar pand, zulk

Sluiten