Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven, dat wijs genot en die genietende wijsheid, die inwendige rust en harmonie, die persoonlijke volmaking, louter voorrechten, die het „blinde" heidendom als de hoogste goederen des levens beschouwde, waar ze naar streefde en die het in rijke mate bezat, waren in den christelijken staat zeldzame verschijnsels, welke zich alleen voordeden onder bijzonder gelukkige omstandigheden. Het geheele leven des volks was een gestadig sidderen voor de straffende roede eens Gods, die van zijn geloovigen vereerder verlangde, dat hij volkomen afstand zou doen van het geluk dezer aarde. De geschiedenis leerf ons, dat gelukkige tijden voor kleine gemeenebesten slechts dan aanbraken, als men zich van deze boeien voor zoover had weten te bevrijden als het ging, terwijl die gelukkige tijden slechts zoolang duurden, als de bevrijding duurde.

Zoo wij echter van den godsdienst in zoo verre wilden spreken, als uitstekende geesten des volks zekere godsdienstig-bovennatuurlijke gevoelens koesterden, dan valt het geheele begrip yan algemeen bewustzijn weg: want in vroegere tijden zijn zoodanige gevoelens nooit een algemeen goed der natie geworden en hebben zij nooit op het wezen, de gedaante der maatschappij een voortdurenden, kenmerkenden invloed gehad. In den tegenwoordigen tijd, terwijl — en dat hebben wij te danken aan de ontwikkeling der laatste vier eeuwen — gelouterde begrippen in vele rangen en standen zijn doorgedrongen, kan van een godsdienstig bewustzijn, als het gemeenschappelijk bewustzijn eens volks, geen sprake meer zijn; er

Sluiten