Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouders der geestelijke vrijheid, het stoffelijke leven, worden daardoor zoo heilig en veredeld, dat slechts voor hen de prijs is opgehangen, om deelgenoot van de hooge goederen des genootschaps te kunnen worden. Wie zijne meeningen, en den moed om er voor uit te komen, koopen moet voor geld of brood, is niet rijp voor het verbond, is niet eens in staat, zijn eigen leven met zijn vrije verstand te ontwikkelen, laat staan dan, om iets bij te dragen tot verbetering van het menschdom. En daar in onzen tijd de slagboomen der standen gevallen, en de boeien der persoonlijke slavernij verbroken zijn, daar ieder vrij geboren wordt en alleen door eigen schuld in slavernij geraakt, verliest hij met recht zijn aandeel om mede te mogen werken aan de ontwikkeling des menschdoms. Wel is hij niet uitgesloten van de vruchten van den arbeid der samenleving, en omdat hij mensch is, is hij de liefde van al hare leden en hun krachtigste deelneming in den hoogsten graad deelachtig; doch, daar hij geen anderen wil heeft dan die van zijn heer en meester, geen ander verstand dan hetwelk hem bevolen wordt te gebruiken, geen fundament en geen zucht om zich een eigen zelfstandig leven te scheppen, is hij ook geen levend lid der samenleving, en kan hij dus ook geen levenwekkende bijdrage leveren voor den gezamenlijken arbeid der maatschappij. Door het genootschap der Vrijmetselarij is dus als eerste voorwaarde gesteld: de vrij making van zoodanige banden; gelukt dit, dan is die vrijmaking te heiliger en eerbiedwaardiger, omdat zij het eerste product van eigen vrijen arbeid is. Met deze vrijmaking, of naast

I

Sluiten