Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar, verlangt de Vrijmetselarij van hem, die tot haar verbond wenscht toe te treden, nog een andere, die insgelijks van zelve moet hebben plaatst gegrepen, en van niet minder gewicht is dan de eerste: namelijk, de vrijmaking van het denkbeeld, als of er nog een andere mogelijkheid zou bestaan om ons leven vrij, waardig en waar te ontwikkelen, dan op den bodem dei samenleving. De maatschappij als zoodanig is het uitgangspunt en doeleinde van al onzen arbeid. Wie tot het verbond toetreedt, moet derhalve alle vooroordeelen hebben afgeschud, welke stand, rijkdom, geloofsbelijdenis, staatkunde, enz. medebrengen, en die een arbeid belemmeren, welke, daarhij alleen voor de maatschappij berekend is, slechts vruchtbaar kan zijn als hij haar algemeene wezen, en geen kleingeestige details op den voorgrond plaatst. Men moet zeer zeker tot het verbond toetreden met die gezindheid, welke zoo treffend geschetst wordt door de woorden des dichters: „Hier ben ik mensch, hier mag ik 't zijn," doch daarom verlangt men niet, dat iemand voor de poorten des Tempels zijn eigene beschaving en ontwikkeling, zijn persoonlijke waardigheid afschudde, zijn geloof afzwere, of ontrouw worde aan zijne gevoelens, neen, integendeel, hij moet volkomen zich zclveti, zijn gthec ie pcrsoonlijkheid medebrengen, doch hij moet bezield en gereinigd zijn door de meest onbaatzuchtige toewijding aan het idee, in het woord samenleving opgesloten. Voor dit idee moet al het andere op den achtergrond treden, en daarin ligt het eerste bewijs, dat ons verbond inden nauwsten samenhang staat met den tegenwoordigen geest

Sluiten