Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een autonome zedelijkheid in menschen ontspringt, wordt de wereld zeker op dit punt iets anders dan mechanische voortgang van kracht en stof door een onverschilligen tijd, die zonder beduiding is. Zedelijk streven is echt menschelijke werkzaamheid, zooals zij de zedelijke waardschatting in zich bevat. Het bestaan van zulke zedelijke processen zegt dus iets van de wereld. Men kan niet zeggen, dat er een gods* dienstige beschouwing van de wereld in ligt opgesloten. Maar wel mag men zeggen, dat zulk een beschouwing niet wordt uitgesloten, ja dat zij past bij deze feiten, omdat ook zij van zin en beteekenis van mensch en tijd getuigt. Wel wordt uitgesloten een wereldopvatting, waardoor het verwezenlijken van zedelijke goederen eigenlijk tot een anomalie zou worden. Een anti*teleologische wereldbeschou* wing is er dan ook altijd op uit, het zedelijk proces terug te brengen tot een stelsel van lusten, begeerten, of gelukkig* heden.

Nog meer wordt samenhang van godsdienst en zedelijk* heid verkregen, als wij er op letten, dat de waardebepaling en het oordeel van zedelijken aard gepaard gaan met waarheidsbesef. Ten slotte bedoelen beide, iets te verklaren over wat in zich zelf waarde heeft en goed heeten moet. Noch de individueele mensch, noch de menschen met elkaar scheppen het, maar zij vinden het, kennen het en erkennen het. Niet hun wenschen, maar deze autonome zedelijke waarheid bepaalt mede de richting, waarin het menschelijk handelen de wereld wil leiden. Trouw en recht* vaardigheid willen gemeenschap stichten, in de wereld, en onderstellen de uitvoerbaarheid.

Nu beproeft men meermalen, de zelfstandigheid van dezen zedelijken factor te loochenen, en te betoogen, dat het zedelijke eigenlijk het belang of het nut is. Reeds merkte ik op, dat een inhoud wel belangrijk of nuttig kan zijn, terwijl toch het oordeel, de waardebepaling en de verplich* ting niet door belang of nut wordt veroorzaakt. Daarbij komt, dat men bij zulke betoogen al spoedig van het individueele of oogenblikkelijke belang overgaat tot het „ware" belang, het „ware" nut, of tot de strekking van een handeling, om belang of nut te bevorderen. Maar als men spreekt van het ware nut, dan is voor de bepaling

Sluiten